“Kerstavond heb ik doorgebracht met 98 van mijn zeemannen. Ik mag dat zo zeggen, het zijn voor een stuk mijn mannen (lacht). Zeemannen zijn altijd lang van huis en in die periode weegt dat emotioneel zwaarder dan anders. Daarom werken en leven wij met onze welzijnswerking naar de eindejaarstijd toe. Het was een deugddoende avond, er hing veel sfeer en dat maakt ook ons blij. Op het menu hadden we soep, vegetarische broodjes, chocomelk, glühwein en gebak. De meesten aten al iets aan boord, dus een hele menu hoefde niet.”

Profiel

  • Naam: Ann Van der Sypt
  • Functie: Welzijnsmedewerkster
  • Bedrijf: Antwerp Harbour Hotel (voortzetting van het Internationaal Zeemanshuis Anwerpen)
  • Leeftijd: 56

Verwezenlijkingen

  • Troost zeemannen die dat nodig hebben
  • Bezoekt en soigneert scheepsbemanningen
  • Breit met mutsenclub warme kledij voor zeemannen
  • Brengt de zeeman naar de mensen

“Mijn familie weet dat ze mij tijdens de eindejaarsperiode moet delen met mijn zeemannen. Zij maken daar ook geen probleem van. Mijn man werkt voor het baggerbedrijf DeMe en hij kent het zeemansleven. Waarom ik mij specifiek het lot van de zeemannen aantrek? Dat zit in mijn bloed denk ik (lacht). In het algemeen ben ik zeer menslievend en ben ik met enkele christelijke waarden, zoals de naastenliefde, opgevoed. Dat klinkt oubollig, maar daar draait de Warmste Week eigenlijk ook om. Wat er in de mens leeft, zijn geschiedenis, hoe hij dingen beleeft… dat heeft mij altijd geboeid. Toen ik jong was had ik dat al. Als mijn oude omen vertelden waarom ze in Frankrijk gaan wonen zijn en hoe het daar was, kon ik uren luisteren.”

Het bekommerde luisterend oor van de vrouw

“Daarom volgde ik een opleiding tot maatschappelijk werker, net als onze studente Erin trouwens. (Erin  knikt): “Ik koos de opleiding om de mensen beter te begrijpen. In het middelbaar heb ik ook humane wetenschappen gedaan, dus dat menselijke heeft mij altijd geïnteresseerd.” (Ann): Met die zeemannen omgaan is een beetje op reis gaan. Je maakt nieuwe vrienden en leert een andere cultuur kennen. In veel van die culturen staat de vrouw gelijk aan het bezorgde, bekommerde, luisterend oor, waardoor ze spontaan hun verhaal eens doen tegen mij.”

“Als het een probleem is dat ze je voorschotelen, probeer je daar op te anticiperen. Vaak zijn dat kwesties die zij niet naar hun kapitein durven te brengen en waarvan zij weten dat ze daar bij ons mee terecht kunnen. Het is internationaal geweten dat zeemanshuizen het goed met hen voor hebben. In die zin is het voor ons belangrijk dat wij een groot netwerk binnen de haven hebben, zoals contacten met de scheepsagenturen, ITF (de vakbond voor zeemannen) als het gaat over loon- en werkomstandigheden of een rechtstreekse lijn naar de dokter bij medische vragen. Dankzij dat goede contact met ITF konden we trouwens onze zeemanslounge bouwen.”

Contact met het thuisfront

“Binnen het grote geheel dat zich het welvaren van de zeemannen aantrekt, ben ik slechts één schakel. Naast ons als Internationaal Zeemanshuis Antwerpen, verenigen de verschillende andere missies van Zweden, Noorwegen, Finland, Denemarken, Groot-Brittannië, Duitsland en Mediport zich als Antwerp Seafarers’ Welfare. Onze welzijnswerking is het verlengde van het internationale zeemanshuis, dat destijds is afgebroken. Omdat al die missies al zo lang samenwerken, weten we wie waarin sterk is. De haven is hier opgedeeld in deelgebieden, waarvan elke missie de schepen bezoekt.”

“Er zijn schepen die regelmatig terugkeren. Sommigen verwittigen mij al via Facebook dat ze eraan komen. De eerste grote vraag die we altijd krijgen zijn internet- of telefoonkaarten. Ze willen zo snel mogelijk contact met het thuisfront. Daar kijken ze het hardst naar uit. Als je aan boord komt en je ziet er één glunderen tot achter zijn oren, gegarandeerd dat hij binnenkort naar huis mag. Voor Kerst hadden we net een schip dat we goed kennen en iemand zei mij in de lift dat hij naar zijn tienjarige zoon had gebeld met Kerstavond en dat hij het moeilijk had. Dan is het goed dat je een vrouw op leeftijd bent. Ik kan uit eigen ervaring spreken, want ik heb mijn ouders ook verloren en ik heb ook kinderen. Dat maakt het makkelijker voor hen én voor mij. Voor velen ben ik als hun moeder.”

Heimwee en sociale isolatie

“Nadat de materiële zaken zijn uitgedeeld, merk je altijd dat er enkelen blijven hangen. Dat zijn diegenen die eens willen babbelen. Je ziet het aan houdingen, de manier waarop ze zitten en bij ons rondhangen. Het kan zijn dat ze een persoonlijk probleem hebben of gewoon sociaal contact zoeken. Zij zitten x-aantal maanden samen aan boord en zij kiezen niet voor elkaar. Er kunnen altijd spanningen ontstaan. Ik ben er zelf al van geschrokken hoeveel het voor hen betekent als er eens iemand aan boord komt met een luisterend oor voor hun verhaal.”

“Heimwee komt het vaakst naar voren. Afhankelijk van de persoon hebben beginners het de eerste weken moeilijk en komen ze er nadien doorheen. Voor hen spreek ik altijd de oude garde en plein public aan: “Herinneren jullie zich jullie eerste contracten nog? Je zal toen ook geweend hebben in je kajuit, hé.” Meestal bevestigen ze dat gelijk, zodat de nieuwelingen sneller bij hen zullen aankloppen. De meer ervaren zeemannen, die ook thuis willen zijn, doen dit werk wellicht uit economische noodzaak. Velen dragen de zorg voor een ganse familie en als zeeman verdienen zij meer dan in het thuisland.”

Diep zeemansverdriet

“Toen ik hier net was, is het schip de Silver Sky in brand gevlogen. Die bemanning was hier wekenlang te gast. Met hen hebben wij een mooi verhaal geschreven. Mooi in de menselijke zin dan. Stel het je maar eens voor: je komt hier aan en je geraakt alles ineens kwijt. We hebben die mannen in de watten gelegd, ze zijn deel van het hotel geworden. Want niet alleen ik, iedereen die hier werkt heeft iets opgebouwd met de crew van de Silver Sky. Via de tamtam is het verhaal rondgegaan naar alle schepen van Silver Sky, zij kennen ons allemaal. Als we daar aan boord gaan, gaat het er direct hartelijk aan toe.”

“Naast de Silver Sky zal ik nooit het diepe verdriet vergeten van een oudere zeeman. Eerder had hij zijn vrouw al verloren en zijn enige dochter was de laatste verwantschap die hij nog had. Het was de bedoeling dat hij nog één of twee contracten zou doen en nadien een handeltje opstarten met haar. Tijdens een gesprek op het buitendek, allebei leunend over de reling, vertelde hij mij dat zijn dochter ook overleden was. “Elke avond ween ik in mijn kajuit. Waarom moet ik nu nog geld verdienen, waarom?” Ik kan dan daar ook geen antwoord op geven op dat moment. Ik kan alleen maar luisteren.”

Zwaar cadeau

“Een Indische man van 64 vroeg of hij mij eens onder vier ogen kon spreken. Zijn vrouw onderging dialyse en in India is die behandeling duur. Wat zijn kapitein en de rederij niet wisten – en wat hij hen ook niet ging vertellen – was dat hij een type diabetes had, waarmee hij niet aan boord zou mogen zitten. Hij zei: “Kijk Ann, ik heb vandaag mijn laatste medicijn genomen. Overmorgen moeten wij vertrekken.” Op dat moment krijg ik ook een zwaar cadeau. Als ik niets doe, stuur ik hem de dood in met zijn vrouw erbij. Gelukkig kan ik bij een dokter terecht voor dat soort problemen. De man kon onder mijn naam bij hem langsgaan. De medicatie kon de Indiër zelf betalen. ’s Avonds stond hij terug aan zijn schip, voorzien van alles.”

“Dat stelde mij gerust en in zulke gevallen voel ik mij dankbaar dat er nog andere mensen zijn die mee in dat verhaal willen stappen. Mijn motivatie haal ik uit de blijdschap van de zeemannen. Gewoon al zien hoe gelukkig ze van die internetkaarten worden, schenkt veel voldoening. Er zijn veel mensen die achteraf contact houden. Via Facebook spreken mensen mij nog vaak aan en als ze op andere terminals zitten, vragen ze mij om eens lang te komen. Daar haal ik energie uit.”

Verwend als koninginnen aan boord

Erin: “De Filipijnen zijn het meest ontvankelijk. Die zijn jovialer en tonen sneller hoe blij ze zijn dat je er bent. Ze zijn heel gastvrij, die verwennen ons alsof we koninginnen zijn.” Ann: ”Zeker als er een jonge meid als Erin aan boord komt, wil iedereen op de foto met haar. Je kan nationaliteiten of culturen niet over dezelfde kam scheren. Eergisteren zijn we op een schip geweest waar de kapitein, een Bulgaar, persoonlijk een doos koekjes voor Erin en mezelf kwam afgeven.”

“Vooraleer ik naar hier kwam, werkte ik als scheepsbezoeker bij Stella Maris in Gent. Ik zag dat mijn zeemannen koud hadden. Ook tijdens de zomer, Filipino’s hebben het altijd koud. Dat heb ik terloops gezegd tegen mijn nicht Greta en zij heeft daarop ingepikt met het idee van de mutsenclub. Greta is solidair, creatief en kan zeer goed breien. Dankzij het mooie verhaal is het overgeslagen naar vele dames, die zich verenigen in het breien voor de zeemannen.”

Wol gezocht!

“Tegenwoordig hebben we ook in Antwerpen een zestal enthousiaste breisters. Wij hopen dat er hier nog mensen zich geroepen voelen. Of als mensen wol over hebben, doen ze ons daar een groot plezier mee, die oproep wil ik graag doen. Wol kopen kost geld. Wij doen moeite om dat geld te verzamelen, door een oplage mutsen te breien en die te verkopen voor €5. Daarmee gaan we bijvoorbeeld naar havengelinkte bedrijven en Kerstmarktjes. Met elke vijf euro kopen we iets lekkers om in de muts te stoppen en enkele bedrijven sponsoren ook een gadget. Die gevulde mutsen delen we gratis uit op de schepen.”

“Op die manier brengen we de zeeman dichter bij de mensen. Precies wat het Internationaal Zeemanshuis Antwerpen uniek maakt. Naast zeemannen verblijven hier andere havenwerkers en lokale gasten. Want dat moet ik toch vermelden: hier in de haven hangt overal een gastvrije sfeer. Iedereen begrijpt elkaar. Die sociale dynamiek is de reden waarom ik naar Antwerpen gekomen ben. Ik ben overtuigd dat zeemannen zich graag mengen met de inwoners van de steden waar zij aanmeren. Daarom geloof ik sterk in het concept van het Antwerp Harbour Hotel, dat erin bestaat een plaats te zijn waar die twee werelden elkaar vinden. Laatst zag ik in de zeemanslounge nog een Chinese delegatie pingpongen tegen enkele Antwerpse gasten.”

“Voor hobby’s heb ik geen tijd, laat ons zeggen dat ik nogal mutsenclubgericht ben (lacht). Ik hoorde hier al eens vallen dat ik een workaholic ben en als het gaat over mijn zeemannen, ja, ik steek daar veel energie in. Dat is meteen mijn goede voornemen voor 2018: meer tijd maken voor mijn gezin.”

OPROEP!

Een bloeiende wereldhaven als die van Antwerpen brengt leven in de brouwerij. Waar er ambiance heerst, is het fijn wonen en Ontwikkeling Havengebied Antwerpen spant zich sterk in om die aangename leefsfeer te bewaren en te verbeteren.

Zeemannen genieten mee van die gastvrije sfeer. Soms hebben ze het echter zwaar en wanneer zij nood hebben aan geborgenheid of een luisterend oor, kunnen zij bij havenhelden als Ann terecht. Met een opluchtend gesprek, een hartelijk ontvangst of gewoon al een telefoonkaart verzacht zij het zeemansleed hoe zij kan.

Zoals Ann zijn er nog meer mensen, die zorgen dat het fijn toeven is in het havengebied. Ken jij iemand die altijd klaarstaat om andere te helpen? Of iemand die sociale buurtinitiatieven neemt? Of ben jij zelf zo iemand? Nomineer jouw havenheld en wij zorgen voor een hartverwarmend eerbetoon!

Start typing and press Enter to search