Er was een tijd dat de Condor op twee uur tijd haar beide bakken vol drijfvuil schepte. Tegenwoordig komt ‘de vuilkar van de haven’ met diezelfde bakken ruimschoots de hele dag toe. Daaraan ziet matroos van het eerste uur Davy Vanovelen dat zowel de omliggende bedrijven als de schepen duidelijk milieubewuster zijn geworden. Met handenvol humor sleurt hij nog steeds de gekste dingen uit het dokwater en sommige van die dingen hangt hij zelfs aan zijn mast.

Profiel

  • Naam: Davy Vanovelen
  • Functie: Matroos
  • Bedrijf: Condor
  • Leeftijd: 47

Verwezenlijkingen

  • Vist dagelijks ettelijke tonnen drijfvuil uit de dokken
  • Redt regelmatig dieren
  • Doet al 19 jaar ‘smerig’ werk dat weinigen volhouden
  • Haalt al eens een geintje uit

“De Condor vist al 19 jaar drijfvuil op en ik vaar al vanaf de eerste dag mee. Voordien werkte ik als helper-motorist in de machinekamer van de varende kraan Brabo. De ‘bilgesrat’ noemden ze die job. De bilges zijn vloerplaten onder de motor waar alle vetzakkerij in loopt. De persoon die dat uitkuist, is de bilgesrat. De onregelmatige shiften waren echter lastig voor mij als jonge alleenstaande die eens graag ging feesten en soms te laat op het werk kwam. Zoiets kan niet bij Brabo, zij laden en lossen voor privébedrijven die met een strikt schema werken.”

“Tot dan toe hield alleen een oliezuiger de dokken schoon. In die tijd loosden de schepen al hun olie en rioolwater nog ongegeneerd in de dokken. Het drijfvuil verstopte de zuigmond van de oliezuiger, dus kocht het Havenbedrijf een schip aan om dat drijfvuil er eerst af te halen. Mijn toenmalige baas vroeg mij of ik het zag zitten om op die boot te werken. Dat is acht uur in dagdienst, maar wel smerig werk, zei hij. Ik zit er niets mee in om mij vuil te maken, dus dat was een fantastische oplossing.”

Overduidelijk minder drijfvuil

“Je kan de Condor het beste beschrijven als een Bobcat op het water. Alleen is onze scheparm een stalen net in plaats van een graafbak. De scheparm gebruiken we alleen om grote hoeveelheden drijfvuil ineens te ruimen. Wanneer de wind een tijdlang uit een bepaalde hoek gewaaid heeft, is al het vuil naar één hoek van het dok gedreven en dan gaan we het daar halen. Al de rest trekken we onderweg met mankracht of ons handschepje uit het water. We hebben ook een lange stok met een piek waarmee we het vuil uit het water prikken.”

“Wij hebben twee stortbakken bij waar we het vuil in laden. In het begin waren die allebei vol na twee uur scheppen. Nu krijgen we ze amper vol op één shift. Het drijfvuil is overduidelijk verminderd, olie en vet zien we zo goed als nooit meer. Veel firma’s voorkomen de laatste jaren dat hun vuil in de riolering terecht komt. Dat zien we, want het meeste dat in de dokken drijft, komt uit de riool. Aan de kades wordt onvermijdelijk gemorst en de regen spoelt dat mee weg via de goten naar de riolering.”

“’s Zomers ruimen wij ook taluds op. Dat zijn schuine randen in de dokken gemaakt van rotsen en modder. Als die er niet zouden liggen, zou het water voortdurend uit de dokken klotsen. De taluds vangen allerlei drijfvuil op en als dat daar vol ligt, is dat geen zicht. Veel dieren rusten of zoeken daar naar eten en zij zouden dat dan tussen de oliebussen moeten doen. Bedrijven laten ons maar wat graag binnen als we langs hun site de talud komen opruimen. Dan moeten ze dat zelf niet doen en dat bespaart hen een zware klus. Want als ik thuiskom nadat we een talud hebben gedaan, voel ik mijn enkels en kuiten niet meer van al dat klauteren en door de knieën gaan.”

Gekke vangsten

“Tegenwoordig roepen ze ons op voor de gekste dingen. IJskasten, tv- en computerschermen en veel matrassen. Onvoorstelbaar hoeveel we er al uit gehaald hebben. Matrassen zuigen zich vol water. Als we die optillen, scheuren die in twee en ligt het water vol pluche. Toch vind ik die speciale dingen juist plezant om op te vissen. Ik heb er zelfs eens een compressor uitgehaald die ik nog een jaar thuis heb kunnen gebruiken.”

De kapitein die mee in de kamer zit roept: “En opblaaspoppen!”

“Ja! Toen heb ik de vlag van de mast gehaald, die pop eraan gehangen en vaarden we zo rond. Iedereen had ons gezien en vond dat natuurlijk hilarisch. In de toren merkten ze het vrij laat op en hebben ze mij toch vriendelijk gevraagd of ik de pop er wilde afhalen. Een piratenvlag heb ik ook al eens gehangen. Strikt genomen mag dat niet, maar er mag al eens gelachen worden, toch?”

“Vroeger verhandelden veel matrozen sloffen sigaretten. Op een gegeven moment haalden we eens een vuilzak vol sloffen sigaretten uit het water. Die zaten nog steeds in hun plastic verpakking. We waren toevallig met drie rokers aan boord en dat jaar hebben we geen sigaretten meer moeten kopen. Nu is de douane daar veel strenger op. Al wat wij ophalen gaat naar een afvalverwerkingsbedrijf. Als daar iets bij zit dat wij nog kunnen gebruiken, houden we dat bij. In Amsterdam weet ik dat er een firma meubels maakt uit dokafval, dat zou hier niet misstaan vind ik. Het plastic kan gerecycleerd worden en van het hout kan je pellets maken.”

Dieren in nood

“Het zou ook niet slecht zijn mocht Port of Antwerp een opvangcentrum kunnen zetten waar wij zieke dieren naartoe kunnen brengen. Zeker in de winter redden wij veel dieren. Meeuwen, padden, ooievaars, aalscholvers, … Meestal zijn ze onderkoeld geraakt omdat ze ergens aan vast gesukkeld zijn. Wij laten hen aan boord op temperatuur komen en als we zien dat ze terug oké zijn, zetten we ze terug in de natuur.”

“Net zo goed komen ze er niet meteen door en dat wil meestal zeggen dat ze iets binnen gekregen hebben. Nu houden wij ze zes uur lang aan boord in een doos, geven die af aan het vogelhulpcentrum van Brasschaat, dat er dan nog eens mee naar hun centrum moet. Tegen dan is het meestal te laat. Een hulppost oprichten waar dat dier de eerste zorgen kan krijgen, zou de overlevingskans verhogen.”

Den Tweety

“Het schrikt veel mensen af om bij de ‘vuilkar van de haven’ te gaan werken, maar ik vind dat bevredigend. Als je ergens aankomt waar het zo vettig als een hoge hoed is en je kijkt bij het vertrek naar een propere kaai, dan geeft dat voldoening. Die bijdrage aan het milieu motiveert mij om elke dag in goed en slecht weer de handen in het water te steken.”

“Eigenlijk hadden wij het bootje zelf Tweety gedoopt – naar het gele vogeltje uit de tekenfilms – en het heeft zeker tien jaar onder die naam gevaren. Ik had zelfs een Tweety geschilderd en aan beide zijden van de hut gehangen. Over de marifoon had iedereen het over ‘den Tweety’. Mettertijd is dat veranderd en ik vind dat wel spijtig, Tweety paste bij een klein bootje als dat van ons.”

Doe mee!

Als wereldhaven is de haven van Antwerpen cruciaal voor de economische welvaart van het land. Daarvoor moet zij blijven ontwikkelen in harmonie met natuur en milieu. Ontwikkeling Havengebied Antwerpen legt daarom nieuwe leefgebieden aan, waarin fauna en flora weelderig bloeien.

Daarnaast kan Moeder Natuur rekenen op groene havenhelden als Davy, die haar zo vuilnisvrij als mogelijk trachten te houden en haar dieren redden. Dankzij hun inzet blijft de impact van de haven op het milieu beperkt.

Ben jij of ken jij iemand die de natuur koestert? Of die zich ontfermt over planten en dieren? Laat het ons weten, want wie de havennatuur beschermt, verdient een bloemetje!

Start typing and press Enter to search