Kunstenaar en schrijver Geert De Kockere gelooft in de kracht van het woord en in de belevingswaarde van de haven. Op 28 april verschijnt zijn eerste havenhaiku op een kunstwerk in cortenstaal dat hij zelf uittekende: ’t Boomke. Eeuwenlang stond op de kaai in Berendrecht een eik of linde die voorbij varende schepen het naderen van de stad Antwerpen verklapte. Daar komt nu een kunstwerk met haiku van zijn hand. De komende maanden volgen nog vele gedichten van 17 lettergrepen als ode aan de vele belevenissen van havenland: de toeristisch-recreatieve koepel van de regio.

Profiel

  • Naam: Geert De Kockere
  • Functie: Auteur
  • Bedrijf: Zelfstandig
  • Leeftijd: 55

Verwezenlijkingen

  • Posteerde symbolisch kunstwerk met haiku op dijk van het legendarische Boomke
  • Schreef boekenkasten vol jeugd- en volwassenenliteratuur
  • Verheerlijkt de natuur met haiku’s
  • Brengt het woord op diverse dragers

Maar liefst 20 partners verenigden zich om de belevenissen van de haven en omstreken onder de vlag ‘Havenland’ in de schijnwerpers te zetten. Een website verzamelt alle beleefbare plekjes en tekent straks de verhaallijnen uit in het landschap. Kunstenaar en schrijver Geert De Kockere schrijft met een spoor van haiku’s zijn impressies bij elkaar op cortenstaal, met ’t Boomke als nieuwe landmark in het havengebied. Na deze primeur zullen nog vele havenhaiku’s volgen. Maar we stellen haiku nummer 1 graag in detail aan je voor.

Eeuwenlang stond er op de dijk in Oosterweel een ‘Boomke’: een eik of linde als oriëntatiepunt voor schippers. Het legendarische landmark markeerde voor schippers het punt waarop hun vaartuig de stad verliet of binnenkwam. Havenheld Geert De Kockere mocht op zoek naar een sprekend kunstwerk om de oude scheepmanstraditie te doen herleven in het landschap.

“Daar een stalen boom zetten vond ik nogal simplistisch. Iets zo origineels als een boom mag je nooit exact willen namaken vind ik. Dus ben ik omgekeerd gaan denken: er stond daar ooit een boom, die eigenlijk terug naar zijn roots is gegaan, zijnde de grond waar hij in gegroeid is. We maakten een plaat in Cortenstaal, waaruit het silhouet van de boom gesneden is. De eigenlijke boom plooiden we om en ligt nu op de grond. De boom staat er niet meer echt, maar het negatieve silhouet zorgt ervoor dat het idee voortleeft in de herinneringen en overleveringen.”

 

Wel varen richting welvaren

“Om ervoor te zorgen dat het kunstwerk lang meegaat, sneden we ’t Boomke uit een plaat cortenstaal. Cortenstaal roest tot drie tiende van een millimeter. Zo creëert de natuur een natuurlijke beschermlaag en werkt zij het beeld zelf af tot een geheel dat de tand des tijds kan weerstaan. De historiek van ’t Boomke heb ik bevat in de haiku:

Boomke in de bocht,

wuivend op vaste dijkgrond.

Het vaart ons nu wel!

Vooral de laatste regel is symbolisch. Hij verwijst naar het letterlijke varen en hoe ‘t Boomke de schippers vanaf dat punt een behouden tocht wenst. Tegelijk symboliseert hij hoe wij allemaal varen op de stroom van het leven en hoe we allemaal hopen dat we wel varen. Vandaar dat ik het leuk zou vinden mocht het daar een plek worden waar men kan filosoferen over het leven. Er komen daar ook banken, dus dat is dan een ideale zitplaats. In vergelijking met de brede Schelde op dat punt is ‘t Boomke klein. Groter mocht niet, om de stevigheid van de dijk niet te ondermijnen. Maar het verhaal is natuurlijk prachtig: het toosten op de goede thuiskomst of de behouden vaart. Allicht wordt die niet meer in de praktijk gebracht omdat alcohol aan boord niet meer mag. Maar dankzij het kunstwerk wordt het achterliggende verhaal straks toch weer doorgegeven. Althans dat hoop ik.”

Interactie uitlokken

“Vandaar ook de haiku. Ik zie haiku’s als een evocatie van een uniek moment, dat de schrijver de lezer wil doen beleven. Die drie korte lijntjes, nodigen de lezer uit om dat moment op een geheel eigen manier te ervaren. Om  te laten terugflitsen naar de plek waar vroeger ‘t Boomke stond. Om daar te landen, recht te krabbelen en in het rond te kijken. Zo zie je meer dan er in de haiku staat. Tenminste, als je wil meedoen.”

“Ondanks de symboliek en de woordspeling, is de haiku begrijpbaar voor iedereen. Aan een onbegrijpelijk gedicht dat zogezegd grote poëzie is, heeft niemand iets op zo’n plek. Voor mij is de haven naast een smeltkroes van origines en culturen een symbool voor welvaart. De boten, kranen en het water maken haar ook mooi. Daarom kan je door het kunstwerk heen kijken, naar die mooie haven waar er van vreemdelingenproblemen geen sprake is. Daar was het mij om te doen: het moet niet alleen mooi zijn, het moet ook iets vertellen en interactie uitlokken.”

Fotoplek

“In de kunstwereld noemen ze dat het ‘inside/outside-principe’. Je hebt het kunstwerk als beeld, outside. Maar je kan er ook inkruipen en door het kunstwerk het landschap of de haven zien. Naarmate je je verplaatst, vul je het kunstwerk anders in. Op die manier speelt het met de mensen en zit de kans er dik in dat het een fotoplek wordt. Het daagt hen uit om de ideale invalshoek te zoeken. De kans is ook groot dat voorbijgangers er, poserend in het silhouet, foto’s van zichzelf, familie of vrienden zullen maken. Die vorm van interactie creëer ik zeer graag. De kijker die het kunstwerk zelf verder afwerkt. Opnieuw: het is een uitnodiging om samen met mij te spelen.”

“Eigenlijk mag je mij geen beeldhouwer noemen. Ik breng mijn woord op diverse dragers. Met die platen uit cortenstaal ben ik al heel lang bezig, vandaar wellicht dat men bij mij aanklopte. Hoe ik bij dat staal gekomen ben, is een grappige anekdote. Tijdens een natuurwandeling stond ik eens voor te lezen uit één van mijn gedichtenboeken. In een mum van tijd trok er een stevige regenbui over ons heen. Dat boek was om zeep. Daar bedacht ik mij: waarom kunnen we geen dichtbundel maken die je buiten kan zetten?  Eerst dacht ik aan steen, maar dat was te duur. Daarna kwam ik op het idee om het gedicht te laten laseren uit een dunne stalen plaat.”

Poëtische vensters op het landschap

“Eerst begon ik met kleine platen voor privétuinen. Door die op sociale media en mijn website te verspreiden, kon ik die platen individueel verkopen. Eenmaal mensen dat ergens zien staan, komen ze via- via bij mij terecht. Het Brugse Ommeland was de eerste die mij contacteerde om een route te maken met zulke ‘vensters op het landschap’ met een gedicht bij. Over heel Vlaanderen staan er nu al zulke platen. Vandaar kent het Regionaal Landschap mij niet alleen als dichter, maar ook als staalkunstenaar.”

“Mijn eerste liefde is de natuur. Daar schreef ik als tiener al haiku’s over. Pas gedurende mijn lerarenopleiding ben ik met kinderpoëzie begonnen. De aanleiding was een proefles over seksualiteit. Om dat aan te brengen, schreef ik er een gedicht over. Dat viel in de smaak, zowel bij de leerlingen als mijn studiegenoten en docenten, die het ook begonnen te gebruiken. Zo ben ik meer zulke gedichten gaan schrijven om te gebruiken in mijn lessen. Later groeide dat uit tot boeken.”

West-Vlaming in de Kempen

“De laatste tien jaar richt ik mij vooral op jongeren en volwassenen en haiku’s. Op dat gebied ben ik iemand die heel snel omschakelt. Wanneer ik ergens voor ga, doe ik dat heel hevig, maar dat kan snel weer imploderen, omdat ik iets nieuws ontdek dat me boeit. Mijn vrouw zegt altijd al lachende: “Wanneer ga je nu eens beslissen wat je wil worden?” Zij is op de hoogte van het project, maar ik denk niet dat zij en de kinderen specifiek naar ’t Boomke zouden gaan kijken, ook al is het dan iets van mij (lacht). We houden dat strikt gescheiden.”

“Via haar ben ik als West-Vlaming trouwens hier in Gierle terechtgekomen. Dit is haar ouderlijk huis. We hebben hier een pracht van een tuin en als natuurmens geniet ik daar wel van. In vergelijking met Tielt, waar ik vandaan kom, is hier nog veel natuur. Ook de haiku’s gaan vaak over de natuur, dus het was wel belangrijk dat ik hier in de natuur kan zitten. Ik haal daar veel inspiratie uit. Met de plaatselijke natuurvereniging hoed ik een kudde geiten op de heide. Af en toe moet die verplaatst worden en dat is een dankbare reden om nog eens vanachter de computer te komen.”

“Ieder mens is op één of andere manier wel bezig met iets na te laten. Een soort spoor dat jij er geweest bent. En inderdaad, dat staal, ik heb al honderden zulke platen verspreid in tuinen. Binnen 200 jaar graven ze die misschien op en zeggen ze: “in het jaar 2018 schreven ze op staal (lacht).” Ik ben altijd de eerste om te relativeren wat ik doe. Het is natuurlijk wel leuk dat daar iets staat, waarmee ik iets heb kunnen bijdragen aan de manier waarop men de omgeving beleeft. Ik verspreid graag poëzie en als je dat dan op zo’n belangrijke plek kan doen… Niet iedereen mag zomaar een kunstwerk op een dijk aan de Schelde zetten. Dat ik het als dichter wél mag doen, is natuurlijk plezant én een hele eer .”

Doe mee!

De Antwerpse haven draait al eeuwenlang mee als wereldhaven. Op haar oevers, dijken en omgeving is geschiedenis geschreven. Schepen en bemanningen van allerlei pluimage hebben haar wateren bevaren en daar historische sporen nagelaten. Daarom beschermt de haven haar erfgoed en ontvangt ze recreanten die van haar schatten willen genieten.

Daarnaast kent de haven in het algemeen en de scheepvaart in het bijzonder allerlei oude gebruiken en tradities. Dat vele daarvan vandaag nog steeds in ere blijven, is te danken aan creatieve artiesten als Geert, die hen fysiek illustreren in landschapskunst.

Zoals Geert zijn er nog mensen die de mythes van de haven op hun manier vertellen. Ken jij iemand die zich verdiept in de geschiedenis en die kennis overdraagt? Of ben jij zelf zo iemand? Nomineer jouw havenheld en wij vereeuwigen hem of haar met een eerbetoon!

Start typing and press Enter to search