“In Parijs was ik eens een tekening aan het spuiten en ineens tikte er iemand op mijn schouder. “Nu ga ik de bak in”, dacht ik. Het bleek een winkelier te zijn, hij wilde dat ik zijn rolluik eens onder handen nam. Dat was een van mijn eerste officiële werken. Van gigantische muurtekeningen zoals diegene die ik op de Kieldrechtsluis mocht zetten had ik tot dan toe al vaak gedroomd. Het probleem was altijd geld. Niet enkel om mij te betalen, maar voor al die speciale producten. Wij kunnen nu wel een doos van zes spuitbussen kopen voor circa €20. Voor zo’n mural heb je daar meerdere paletten van nodig. Omdat het een buitenmuur is, waar dagelijks water tegenaan spoelt, moesten we eerst een fixatielaag ondergrondverf aanbrengen. Daarna een ademende laag coating en pas dan konden we effectief aan de tekening beginnen. Nadien werden er nog twee lagen vernis over gezet.”

Profiel

  • Naam: Gunther ‘Caz’ Baeyens
  • Functie: Graffitiartiest
  • Bedrijf: Caz
  • Leeftijd: 45

Verwezenlijkingen

  • Spoot gigantische muurtekening op Deurganckdok
  • Dwong mee een gedoogbeleid voor graffiti af
  • Deelt kunstgenen met middeleeuwse grootmeesters
  • Stond aan de wieg van graffitikunst in België

“Jij bent gek, dat kan niet”
“De negen weken die we tijd hadden was vrij weinig. Een extra probleem was dat het ’s nachts een paar keer harder dan -7 graden vroor. Vanaf die temperatuur kan je niet verven. Eens we de zon terug zagen kwam het tot 8 graden positieve warmte, waarbij ik groen licht gaf om te starten. Wanneer de basislagen erop stonden zijn we de tekening er beginnen over te zetten. De verfspuitbussen die we gebruikten zijn eigenlijk ook gekleurd vernis. Onderin heb ik wat meer bruin en turkoois gebruikt om te anticiperen op de sporen van het wateroppervlak. Nu blijkt dat het water iets te hoog komt tegenover de plaatsing van de tekening (lacht).”

“Initieel hadden de ontwikkelaars een standbeeld in gedachten. Freddy Aerts van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken stelde een street-art muurschilderij voor. “Jij bent gek, dat kan niet”, dachten de andere betrokkenen. Uiteindelijk schreven ze een offerte uit, waar ik op reageerde en samen met nog drie anderen uitgenodigd werd.”

Wachten in de keuken op het verdict
“Ten tijde dat de offerte op de markt was, heb ik een schets gemaakt van 500 meter lang. Geschaald naar 5 meter. Daarmee ben ik naar ginder gegaan en heb ik een tiental minuten mijn woordje mogen doen. Dat was zoals voor een jury komen in van die talentprogramma’s. Toen ze onderling overlegden heb ik een poos in de keuken gezeten (schatert). Van de aannemers kwam het voorstel om de tekening te reduceren naar 300 meter op 9 meter. Dat heb ik gedaan en voor die tekening heb ik een go gekregen.”

“Er waren enkele elementen die er zeker in moesten zitten. Vanuit Natuurpunt kwam de vraag om er zwartkop- en zilvermeeuwen in te schilderen. Allemaal beestjes wiens habitat ze stapsgewijs verplaatst hebben, zodat ze hun oriëntatie niet kwijt zijn. Blijkbaar hebben ze dankzij de graafwerken opnieuw zaden gevonden van een plant – wespenorchideeën denk ik – iets dat daar lang niet meer had gebloeid. Ten tweede wilden ze graag dat de grote werkgelegenheid die de vijf grote spelers aan het Deurganckdok creëren er subtiel in verwerkt zat. Als derde wilden ze werken rond de geschiedenis van de polders en de haven.”

Reconstructie dankzij pennentekeningen en forensisch team
“Dat heb ik allemaal in een Atlantisch thema gegoten. Ik ben links begonnen met de oude dijken. Daarvoor ben ik naar het museum in het stadhuis van Hulst geweest. In 1100 N.C. was dat een grootse haven die op 700 jaar helemaal is dichtgeslibd, het zogeheten hellegat. Ze hadden nog pentekeningen van hoe het ongeveer was en die tekeningen hebben mij geholpen. De molen van Doel staat op die dijken en ook de natuurbescherming zit in dat deel verwerkt. Verderop kom je het wrak van de Kogge en de oeroude eik waarvan ze fossielen gevonden hebben tegen.”

“Voor het middelste deel met de zeemeermin, de kraken/octopus en dergelijke heb ik mijn fantasie gebruikt. De reuzenhaai verwijst naar het skelet van een walvis, dat een forensisch team daar in de buurt gevonden heeft. Dat soort zaken prikkelt mijn fantasie natuurlijk en daarom heb ik dát beest, die megalodon getekend (lacht). Hoe verder naar rechts, hoe hedendaagser de tekening wordt.”

Afstammeling van de Grote Meesters
Zag je trouwens dat ik mijn naam/logo op een boot heb gezet? Let er maar eens op volgende keer, de Caz vaart (lacht). Die tag betekent niets, de meeste mensen denken dat er een afkorting of betekenis achter schuilt, maar neen hoor, die drie letters ogen gewoon mooi. Karakteristiek en esthetisch verantwoord (lacht). Graffiti komt van graffito en dat betekent ‘je naam schetsen/krassen/achterlaten’, dus dat is wat ik uiteindelijk ook doe.”

“Kijk (stroopt mouwen op en toont binnenarmen) dit zijn Eduard en Rudolf die ik op mijn armen getatoeëerd heb. Dat zijn mijn grootvaders. Allebei kunstenaars. Ik ben dus met kunstenaarsgenen geboren, die langs de kant van Rudolf getraceerd zijn tot iemand die in de ateliers van de Grote Meesters zoals Breughel en Rembrandt werkte. Aan de kant van Eduard zou er verwantschap gevonden zijn aan een Franse schilder die in het atelier van Rubens en Van Dijk werkte.”

Kubisme met natte wc-bril
“In het vijfde leerjaar ontdekte mijn leerkracht dat ik dat talent ook had. Als de klas een stilleven of iets moest natekenen, zat ik langer dan de anderen te kijken naar het geheel, de opbouw en zette ik puntjes. Traceren waar de dieptes lagen. Zonder dat iemand mij dat ooit gezegd had. In het middelbaar, toen we technisch tekenen kregen, was ik meteen mee met de principes van het kubisme. Er ging een wereld voor mij open, waar ik mijn ruimtelijk inzicht en gevoel voor esthetiek helemaal in kwijt kon.”

“Aan het Stedelijk secundair kunst instituut in Gent leerde ik gasten kennen die graffiti deden. Ik schrok mij kapot. Zij schreven heel de school vol. Een Cola-automaat draaiden ze met drie man om, gewoon om op de achterkant te kunnen tekenen. Wc-brillen, onder- en bovenkant. Als ik naar het toilet ging, voelde ik eerst of de verf al droog was (lacht). Voor je het weet sta je daar met een afdruk op je bips.”

“Met die gasten klikte het ook persoonlijk. Hiphop hoorde ik graag en het hele graffitiverhaal ging daarmee hand in hand. Na school gingen we de stad in.“Wil jij eens proberen?”, vroegen ze. Zo heb ik de handelingen geleerd. Op de duur ging ik kijken naar de grootsteden, waar ze levensgrote murals hadden, die opgaan in het stadsbeeld. Dat wilde ik ook maken. Ik begon mijn achtergronden beter te verzorgen, zodat er diepte in zat en het straatbeeld een andere dimensie kreeg. Ik hield zelfs rekening met de invalshoek van de lichten ’s nachts.”

De gekste agent ooit
“Tot dat voorval in Parijs stond ik eigenlijk op het punt in de architectuur te gaan. Die natuurlijke aanleg voor kubisme kwam me daar goed van pas om interieur te tekenen. Akkoord, ik was en ben nog altijd een beetje de losbandige graffitispuiter. Maar ik besefte ook hoeveel geld die opleiding mijn moeder kostte. Vandaar dat ik ging rondhoren hoe andere artiesten rondkwamen. Ik heb mij ernstig de vraag gesteld of ik er wel klaar voor was en of ik het wel zou aankunnen.”

“In Amsterdam ben ik eens betrapt geweest door de gekste agent ooit. Daar mag je tot 15 spuitbussen per persoon bij hebben, maar wij hadden er 60 bij per persoon! Die man tegen mij: “Je hebt te veel pullen bij joh, dat gaat zomaar niet.” “Zal ik ze naar het hotel brengen?” stelde ik voor. “Nee, geef alle lege aan mij, want de volgende agent zou wel eens heel wat vervelender kunnen zijn.” Dat was het dan. Die man rolde zich daar een ‘sjachietje’ en heeft nog letterlijk gezegd: “Maak er iets moois van!” Echt waar.”

Professioneel urban expressionist
“In Nederland is er op bepaalde plaatsen een gedoogbeleid en dat is nadien overgewaaid naar België. In Gent zijn vier kameraden eens gepakt geweest. De advocaat van een van hen verwees naar Nederland in zijn pleidooi en zo ging het elke keer als iemand opgepakt was voor graffiti spuiten. Op de duur zijn ze het op bepaalde plaatsen beginnen toestaan. Mede daardoor ben ik professioneel urban expressionist geworden, zoals ik het zelf noem. Ik ben bezig met een licentie, maar daar vertel ik voorlopig liever niets meer over, dat is voor mijn raadsmannen (knipoogt).”

“Mijn keuze voor de kunst heeft er ook mee te maken dat ik geen drie uur kan neerzitten. Ik ben hyperkinetisch, old school ADHD zeg ik altijd, want vroeger bestond ADHD niet. Mijn vroegere atelier was een oude fabriek van 1000 m2, waar ik constant kon rondlopen. Hier is het kleiner, maar heb ik een pooltafel gezet en heb ik meerdere verdiepingen, waar telkens een ander werk in uitvoering hangt, zodat ik voldoende variatie heb. Tussen de droogtijden door kan ik even naar huis om voor mijn stiefdochter te zorgen.”

Doe mee!

De Antwerpse haven draait al eeuwenlang mee als wereldhaven. Op haar oevers, dijken en omgeving is geschiedenis geschreven. Schepen en bemanningen van allerlei pluimage hebben haar wateren bevaren en daar historische sporen nagelaten. Daarom beschermt de haven haar erfgoed en ontvangt ze recreanten die van haar schatten willen genieten.

Plaatselijke kunstenaars zoals Gunther Baeyens zorgen voor nog meer uitstraling. Zij visualiseren de geschiedenis van de haven in beeldende kunstwerken op duidelijk zichtbare plaatsen. Op die manier verfraaien zij de industriële omgeving en geven zij de haven ook culturele aantrekkingskracht.

Zoals Gunther zijn er nog mensen die zorgen dat er iets te zien is in het havengebied. Ken jij iemand die artistieke expressies maakt van of over de haven? Of ben jij zelf zo iemand? Nomineer jouw havenheld en wij zetten hem of haar op een sokkel!

Start typing and press Enter to search