Sinds 2007 verzuiveren de havenwateren zienderogen en het visbestand stijgt mee. In totaal slaan wel 60 soorten hun vinnen uit in het brakke mondingswater, de ene al massaler dan de andere. Onderzoeker bij het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek Jan Breine ving in 2018 beduidend meer vis ter hoogte van de haven en de aangenaamste verrassing is de meivis. Die gestipte haringachtige is zeldzaam in Vlaanderen, maar komt steeds vaker paaien in het zoetwatergetijdengebied van de Zeeschelde.

Profiel

  • Naam: Jan Breine
  • Functie: Onderzoeker visbestanden in estuaria
  • Bedrijf: Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek
  • Leeftijd: 61

Verwezenlijkingen

  • Bevist zes keer per jaar de Zeescheldemonding
  • Volgt vispopulatie, soortenbestand en conditie op
  • Test de waterkwaliteit
  • Adviseert bevoegde instanties

“Tijdens mijn studie zoölogie aan de universiteit van Leuven had ik een heel toffe professor bij wie ik mijn licentiaatsthesis over Afrikaanse vissen kon doen. Zonder dat ik er erg in had, was ik met vissen bezig. Afrika boeide mij ook en dus ging ik daar werken. Eerst gaf ik als vrijwilliger lessen fysica aan diverse scholen. Daarna heb ik een uitwisselingsproject over vissoorten tussen Kameroen en Leuven opgezet, waarvoor ik de vissen kweekte.”

“Toen ik terug naar België kwam, heb ik eerst twee jaar en een half bij de Vereniging voor Vlaamse Hengelsport gewerkt. Daar had ik heel fijne collega’s, maar ik kreeg de kans om rond meren te werken op het IBW (Instituut voor Bos- en Wildbeheer). Toen het IBW samensmolt met INBO (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek), stapte ik over op rivieren.”

Dynamische brakwaterzone

“Tegenwoordig richt ik mij al enkele jaren op het onderzoek in en rond getijdewateren, ook we estuaria genoemd. Dat interesseert mij, omdat er daar een heel dynamisch ecosysteem is. Het vergt meer inspanning om de estuaria te bevissen, maar ik vind dat tof. De zones met verschillend zoutgehalte maken de Zeeschelde extra boeiend. Elk van die  afzonderlijke zones heeft een totaal ander visbestand. De zone tussen de Nederlandse grens en Antwerpen – de havenzone zeg maar –  noemen wij de brakwaterzone. Daar komen zowel zeevissen als zoetwatervissen voor. Er komen daar veel vissoorten bij elkaar.”

“We bemonsteren die brakwaterzone met de ankerkuil en met fuiken. Een ankerkuil is een boot van ongeveer 20 meter lang die langs weerszijden netten heeft. Op de plaats centraal in de vaarzone van de Schelde die we willen bevissen, leggen we het schip voor anker, tegen het tij in. Daarna laten we de netten te water en de stroming duwt de vis erin.”

“Met de ankerkuil vangen we veel trekvissen die zich komen voortplanten en daarna naar de zoete wateren of de zee opschuiven. Dit jaar vingen we bijvoorbeeld enórm veel spiering en ansjovis. Nog in de centralere vaarzone zit er al eens een grietje, puitaal, haring of sprot in het net. In totaal vind je daar ongeveer 28 soorten.”

Huisvissen van de Schelde

“De oevers bevissen we met fuiken, dat zijn langwerpige opengesperde netten waar de vissen niet meer uit kunnen zodra ze erin zwemmen. Met de fuiken vangen we voornamelijk soorten die hun volledige levenscyclus in de monding blijven. Ik denk aan de grondel, het dikkopje, de grauwe poon en de rode poon. De huisvissen van de Schelde mag je zeggen.”

“Andere vissen, zoals de tong, bot of de zeebaars, komen opgroeien in Antwerpen en trekken daarna naar zee. Tot slot vangen we langs de oevers brasem, blankvoorn, rietvoorn, pos, maar ook de snoekbaars, de voornaamste jager in dit gebied. Volgens onze meest recente gegevens uit 2017 zitten er langs de oevers ongeveer 32 soorten.”

“Onze gegevens van 2018 zijn nog niet in een rapport verwerkt, maar ik kan alvast zeggen dat er een stijging is ten opzichte van 2017. De leukste verrassing vond ik de fint – ook weleens meivis genoemd –  een zeldzame soort die we nog maar sinds 2014 waarnemen. Net als de ansjovis komt de fint paaien in de zoetwaterzone om zich daarna richting zee te verspreiden. In de schorren en kreken naast de Schelde vinden jonge visjes veel kleine waterdiertjes, planten en nauwelijks roofvissen en daar is het dus ideaal om op te groeien. Wanneer ze groot genoeg zijn, gaan ze via de Schelde naar de zee of de inlandse natuurplassen.”

Zuiverder water

“In 2007 is er een rioolwaterzuiveringsstation actief geworden in Brussel-Noord en het effect daarvan is intussen doorgedrongen tot de Schelde. De waterkwaliteit is beter en we zien de vispopulaties stijgen. De exponent daarvan is de paling, die voorheen niet voorkwam in Antwerpen en die we tegenwoordig veel vangen.”

“Naast vissen zitten de Scheldewateren boordevol garnalen die minstens even lekker zijn dan diegene aan de kust. De laatste jaren komt de grijze garnaal voor tot in Branst en de steurgarnaal zit een beetje overal. Zeehonden komen we ook regelmatig tegen, voor hen beveiligen we onze netten, zodat ze er niet in kunnen. Ik heb mij laten wijsmaken dat er ruim 200 zeehonden in de Schelde zitten. Ook bruinvissen zien we regelmatiger opduiken. Dat zijn allemaal tekenen dat het goed gaat.”

“Juist de mest die van de akkers spoelt, geeft nog problemen las ik in het rapport van de Vlaamse Milieumaatschappij. Gelukkig is de Zeeschelde groot, zij kan die mest verdunnen. Meer en meer havenbedrijven zuiveren het water dat ze gebruiken en geven dat terug aan de natuur, dat effect zien we eveneens. Onderzoekers aan de Universiteit van Antwerpen volgen dat weliswaar nauwgezetter op dan wij. INBO neemt zelf eigenlijk geen maatregelen. Wij onderzoeken en geven advies aan instanties die ons daarom vragen.”

“Voor mij is elke vangst speciaal. Ik ben altijd benieuwd wat er de volgende keer in het net zal zitten. Afgezien van de exoten zijn zeeprikken leuke en opvallende verschijningen. Ze zien er een beetje vreemd uit, het zijn slangachtige vissen met kieuwgaten en zilverkleurige ogen … en het zijn parasieten! Slijmvissen, schurftvissen,… eender welke vis die we niet zo veel vangen is telkens een fijne verrassing.”

Doe mee!

Als wereldhaven is de haven van Antwerpen cruciaal voor de economische welvaart van het land. Daarvoor moet zij blijven ontwikkelen in harmonie met natuur en milieu. Ontwikkeling Havengebied Antwerpen legt daarom nieuwe leefgebieden aan, waarin fauna en flora weelderig bloeien.

Daarnaast kan Moeder Natuur rekenen op havenhelden als Jan, die zich over haar onderwaterbewoners ontfermen. Mensen die de populaties documenteren, opvolgen en in daadkrachtige adviesvorm aan de bevoegde instanties bezorgen. Dankzij hun inzet blijven de groene oases een echte trekpleister voor mens en dier.

Ben jij of ken jij iemand die de natuur koestert? Of die zich ontfermt over planten en dieren? Laat het ons weten, want wie de havennatuur beschermt, verdient een bloemetje!

Start typing and press Enter to search