“Als jonge gast speelde in mijn achterhoofd al het idee om met een grote reisbus alle landen af te rijden. Maar ik keek erg op naar mijn vader, die de Gazet Van Antwerpen drukte en wilde dezelfde stiel leren. Vandaar dat ik de grafische kant uit ging en bij drukkerijen werkte. Bijzonder omslachtig werk, want ik moest elke letter nog met de hand op de plaat zetten en waar het wit was, de plaat uitsnijden, het formaat afmeten, de juiste hoeveelheid inkt doseren… Vandaag kan je je zo een gedoe niet voorstellen. In 1966 ben ik bij Gazet Van Antwerpen beginnen te werken via mijn vader. Hij heeft daar 50 jaar gewerkt. Voor de krant schreef ik maar kleine stukjes, hoor. Altijd voor de regiokatern. Bij mij moest het uit het leven gegrepen zijn, nieuws uit de achtertuin. Als ik nadien ergens kwam, was het plezant om een krantenknipsel te zien uithangen dat ik geschreven had.”

Profiel

  • Naam: Karel Engels
  • Functie: Chauffeur
  • Bedrijf: De Pendelbus
  • Leeftijd: 71

Verwezenlijkingen

  • Alom gerespecteerd vervoerder van havenwerknemers
  • Oppepper van gedemotiveerde passagiers
  • Voorzitter bij liefhebbersvoetbalbond Land van Beveren
  • Poppenkastspeler op rust

Lief en leed delen op de passagiersstoel

“Na mijn job bij Gazet van Antwerpen ging ik op brugpensioen en heb ik mijn twee zonen van heel dichtbij opgevoed. Vanaf het moment dat zij op school bleven eten of studeren, kreeg ik tijd om iets anders te doen. Via kameraden hoorde ik over de Pendelbus en ik moest meteen terug denken aan dat ‘zotte’ jeugdidee. Alle landen passer ik niet, maar het was precies wat ik wilde. Chauffeurs mogen zelf aangeven hoeveel uren ze rijden, waar ze willen rijden en op welke dagen. In het begin had ik het idee van twee uurtjes te rijden per dag. Op de duur liep dat op tot drie, vier, vijf uur. Gewoonlijk rij ik dezelfde route: tussen Sint-Niklaas en Katoen Natie. Ik rij graag in het Waasland en met de mensen van Sint-Niklaas, Vrasene, Nieuwkerken en Melsele kom ik prima overeen. Die route doe ik tussen de drie en zes keer per dag.”

“Reken maar dat ik de passagiers intussen zeer goed ken! Die mensen vertellen mij alles. Maar echt álles hé (lacht). Diegene die niet slapen, beginnen te vertellen wat ze de dag voorheen hebben meegemaakt, waarover ze ruzie gehad hebben met hun vrouw, hoe ongelukkig ze zijn op hun job… Daar zitten schrijnende verhalen tussen. Mensen die echt met zorgen en schulden zitten. Ze werken alleen maar om hun schuldenput te delven. Je probeert die dan wat moed in te spreken van “komaan jong, als je werkt, kom je er wel uit. Blijf niet bij de pakken zitten.” Naast chauffeur ben ik hun motivator. Doordat ik zelf altijd met veel mensen omging, weet ik hoe ik daarop moet reageren. Je krijgt wel medelijden en je wil ze helpen. Een pak sigaretten kopen voor iemand die daar geen geld voor heeft bijvoorbeeld. Dan krijg je een gulle lach en zijn ze ontzettend dankbaar.”

Pak rammel met baseballknuppel

“De andere passagiers storen zich daar niet aan aangezien de meeste slapen. Aan sommige, vooral de jongere gasten, kan je zien dat ze de avond ervoor redelijk laat uitgeweest zijn. De rest hoort het niet, omdat het gewoonlijk diegene op de passagiersstoel is die dat soort problemen komt vertellen. Laatst was er één buitengezet door zijn lief. Hij wilde zijn hond gaan halen en zijn schoonbroer stond hem daar op te wachten met een baseballknuppel. Die moet een lelijk pak rammel gekregen hebben, want hij is nog altijd niet aan het werk.”

“’s Winters heb ik eens een ongeluk voorgehad. Ik moest mensen ophalen in Zwijndrecht. Om niet aan de gladde instapplek aan de kerk te moeten stoppen, reed ik naar een parking iets verderop. Bij het oprijden zag ik dat er een auto op mij kwam afgegleden, hij kon niet stoppen. Ik wilde hem ontwijken, maar door dat manoeuvre begon ik ook te glijden. Er stond daar één paal en die heb ik vol mee gehad. Gelukkig niet te hard. Er wandelde juist een moeder met kindje op het voetpad achter die paal, dus al goed dat die daar stond. Die mevrouw zei het nog: “amai meneer, jij hebt nogal gegleden (lacht)!”

Bedreigd wegens file

“Het speciaalste dat ik ooit heb meegemaakt was een voorval met een man uit Antwerpen. Om die af te zetten aan zijn afstaphalte moest ik de tunnel door, waar het zoals altijd file was. Daar was hij behoorlijk kwaad om. We staan stil aan de tunnel, hij stapt uit, doet zijn vest uit, slaat die deur dicht en doet teken van (ik snij je de keel over). Dat heb ik gemeld aan het bureau. Die mevrouw zei tegen mij: “morgen moet je die gewoon terug gaan halen, maar zodra je voor zijn neus staat, doe je de deuren vast en vertrek je.” En inderdaad: hij heeft zelf gebeld om te klagen en zo wisten ze wie het was. Daar heeft hij te horen gekregen dat hij nooit van zijn leven nog mag meerijden met de Pendelbus.”

“In het algemeen doe ik dit echt gráág. Ik kijk er altijd weer naar uit om die mensen te zien, dat motiveert mij. Zo heb ik een groep die altijd om 6u50 opstapt en hartelijke gesprekken voert. Er rijden ook vluchtelingen mee, zeer toffe en vriendelijke mensen, die een aardig mondje Nederlands spreken. Voor zulke mensen sta ik graag voor dag en dauw op. Mijn eerste route is om 4u55. Mijn principe is dat ik het ben die moet wachten, niet de mensen. Als het aan mij ligt ben ik overal een kwartier te vroeg, het verkeer denkt daar de laatste tijd soms anders over (lacht).”

Koning voetbal in het Land van Beveren

“Als oudere vader de kinderen opvoeden was een zaligheid. Zij houden mij jong. Allebei mijn zoons voetballen bij Vrasene, mijn vrouw speelt op het middenveld bij SV Groenendaal en ikzelf ben als keeper tot in de eerste ploeg van Svelta Melsele geraakt. Mijn jongste zoon is ook keeper, de oudste een technisch sterke middenvelder zoals zijn moeder. Voetbal is alom tegenwoordig in mijn leven. Vanaf het prille begin – 37 jaar intussen – ben ik voorzitter van liefhebbersverbond Land Van Beveren. Dat is geen bende pottenstampers zoals velen denken. Ploegen van de Belgische voetbalbond trekken veel spelers uit ons verbond aan, dat zegt genoeg. Ook dat het er agressiever aan toe zou gaan klopt niet, integendeel, wij zijn daar keihard in: iemand die over de schreef gaat, krijgt een harde sanctie, waar niet aan te tornen valt.”

“Af en toe val ik nog eens in als scheidsrechter, maar dat ben ik aan het afbouwen, ik heb al een zekere ouderdom intussen (lacht). Er zijn wel eens mensen die je staan uitkafferen voor het vuil van de straat. Eén ploeg hebben we ooit buiten het verbond gezet, omwille van één figuur, die zover ging dat hij water over scheidsrechters kieperde. Hij deed dat zelfs bij zijn eigen spelers. Uniek bij ons is dat de ploegen zelf het reglement bepalen en veel inspraak hebben. Wij respecteren hen, zij respecteren ons en dat werkt.“

Poppenkastspeler voor volle Roma-zalen

“Heel lang geleden werd ik gevraagd om poppenkast te spelen bij Nonkel Bob en Tante Terry. Ik naar Brussel, naar de studio en daar drukte Bob me meteen op het hart om geen duimbreed van het scenario af te wijken. Daar heb ik voor bedankt. Aflezen van een papiertje doe ik niet, dan mis je de spontaniteit. De enige keer dat ik dat deed was als speaker tijdens lokale wielerwedstrijden, toen ik tussendoor de sponsors moest voorlezen. In die tijd werd ik veel gevraagd om poppenkast te spelen. Daarmee begon ik toen mijn tante nonneke mij vroeg of ik eens in het weeshuis wilde optreden. Ik speelde altijd in op wat ze riepen of welk publiek er in de zaal zat. Er was een goede pop en een slechte pop. Voor de goede had ik een knuppel gemaakt om de slechte te slaan en die knuppel heb ik één keer aan een papa gegeven. Jawadde, die sloeg mijn hand daar bont en blauw! Ze was zo gezwollen dat ik ze met moeite uit de pop kreeg (schatert).”

“Jarenlang heb ik in de Roma gespeeld voor de turnvereniging van Schoten. Meerdere voorstellingen per dag, drie of vier weekends na elkaar, allemaal volle zalen. Ik had een liedje dat ik altijd zong tijdens de poppenkast: (zingend) Angeline, kom maar binnen, kies een stoel en zet u neer. ‘k Zal u geven een tas koffie en daarbij een pistolet. Oh mijne melkpot, hij is kapot en hij is kapot, oh mijne melkpot en hij is ka-pot. Dat zongen ze allemaal mee als ik het nog eens inzette (lacht).”

Doe mee!

Vrachtwagens, bussen, auto’s… op de wegen in en rond de haven van Antwerpen rijden de voertuigen voortdurend af en aan. Om een verkeersinfarct in het hart van de economische welvaart te vermijden, introduceert Ontwikkeling Havengebied Antwerpen vele duurzame mobiliteitsoplossingen voor een vlottere bereikbaarheid.

Tientallen mensen dragen daar elke dag hun steentje toe bij. Zij carpoolen naar hun bestemming en kunnen daarvoor rekenen op trouwe chauffeurs als Karel. Iedereen die in zulke pendelbussen zit, staat niet in de file en slaat onderweg een gezellig babbeltje of slaapt enkele halve uren bij.

Zoals Karel zijn er nog meer mensen, die zorgen dat meerdere personen tegelijk op hun bestemming geraken. Ken jij iemand die daar mee over nadenkt? Of iemand die zich slim verplaatst? Misschien ben jij zelf zo iemand? Nomineer jouw havenheld en wij mobiliseren een welverdiend eerbetoon!

Start typing and press Enter to search