In en rond het havengebied is een nieuwe generatie vooruitstrevende landbouwondernemers opgestaan, die continu nieuwe technologieën opzoekt. Eén van de pistes is hun oogst marktklaar drogen in een CO2-arme drooginstallatie op industriële restwarmte. Zo’n installatie zou hen elk 1000 MWh_lhv aan aardgas en 200 ton aan CO2-uitstoot per jaar besparen. Dat is het equivalent van 20 westerse mensen. Onlangs zette Koen Bosmans een eerste stap in die richting, door  bij de moderne landbouwers te polsen naar de interesse.

Profiel

  • Naam: Koen Bosmans
  • Functie: General manager
  • Bedrijf: CEE
  • Leeftijd: 35

Verwezenlijkingen

  • Realiseert energie-efficiënte in productieprocessen in o.a. de haven
  • Reikt innovatieve landbouwers nieuwe droogtechnologie aan
  • Startte eigen all-in-one bedrijf voor industriële energie-efficiëntie op
  • Brengt het woord op diverse dragers

“Wij (CEE) zijn gespecialiseerd in energie-efficiëntie in industriële thermische processen. Dat betekent dat wij zorgen dat onder andere het thermisch behandelen van producten (drogen, bakken, verdampen, vergassen,…) gepaard gat met zo weinig mogelijk primair energieverbruik en bijhorende energiekost. Vorig jaar kwamen wij deels door toeval in contact met de boeren op Linkeroever. Mijn schoonzus, Hanne, werkt als ecoloog bij het Regionaal Landschap en heeft een goed contact met de landbouwers. Ik zie haar uiteraard geregeld in familiale context. Zij weet dus ook dat ik veel met industriële drooginstallaties werk. Zij kent met andere woorden beide werelden en zij heeft op een gegeven moment het eerste ballonnetje opgelaten.”

Industriële restwarmte delen

“Via dat contact vorig jaar zijn we te weten gekomen dat er bepaalde teelten zijn – graangewassen, luzerne, grasklaver en dat soort zaken – die gedroogd moeten worden. Zo’n droogproces kan je op twee manieren doen. Ofwel doe je dat op hoge temperaturen, waarvoor je brandstof nodig hebt die je moet aankopen en waarmee je CO2 in de lucht pompt.  Ofwel gebruik je de kennis en technologie over het efficiënt delen van industriële restwarmte, die we vandaag al hebben.”

“Dat is waarmee wij in contact staan met de haven. Er is daar veel zware industrie gesitueerd, veel chemie ook. Bij de chemische processen van zulke bedrijven komt veel omzetting van thermische energie kijken en onze specialiteit is om die energie te optimaliseren. Daardoor zijn wij kind aan huis, bij bepaalde sites al tien jaar. Onze ingenieurs gaan in de fabrieken kijken of energie efficiënt gebruikt wordt. Zij gaan ook na hoeveel restenergie en warmte daar gewoon door de schouw naar buiten gaat. Daar is uit voortgekomen dat  – zelfs als wij dat voor hen optimaliseren – er altijd restwarmte overblijft, die ze intern niet kwijt kunnen. Als zij een restwarmte hebben van 200 graden, maar zij hebben 300 graden nodig om hun product te maken, kunnen ze met die 200 graden niets doen.”

Kleinschalig restwarmtenet

“Daaruit ontstond het idee dat de buurman van die fabriek die warmte misschien wel zou kunnen gebruiken, zodat hij geen aardgas moet verbranden om zelf in zijn warmtebehoefte te voorzien. Iedereen in onze sector is zich ervan bewust dat je er met restwarmte voor kan zorgen dat er elders minder aardgas wordt verstookt of elektriciteit wordt gebruikt. Op technisch vlak zou zo’n restwarmtenet niet zo’n moeilijk project zijn. Er zijn andere obstakels. Wie gaat dat betalen en beheren? Hoe gaan die contracten eruit zien? Wat me de vrije keuze van energieleverancier? Daar is nog werk aan de winkel, maar ik zie her en der initiatieven ontstaan met potentieel.”

Equivalent van 20 westerse mensen

“Landbouwbedrijven die met industriële restwarmte werken is een nieuwe piste. Daarop ben ik in mijn pen en mijn rekenmachine gekropen. De eerste case heb ik een half jaar geleden uitgerekend. Een of meerdere boer(en) die een Luzerne-oogst van 100 ha droogt met een drooginstallatie op restwarmte, zou jaarlijks 1000 MWh_lhv aan aardgas en 200 ton aan CO2-uitstoot besparen. Dat is het equivalent van 20 westerse mensen.

“Daaruit blijkt dat wij de landbouwers kunnen helpen bij het drogen van luzerne, met een drooginstallatie die werkt op restwarmte. Die kunnen we halen uit de nabije havenindustrie en aanvullen met zonne-energie. Daaruit volgt dan wel dat de droger op lagere temperaturen en dus met langere verblijftijden werkt. Feit is ook dat je een bepaalde hoeveelheid te drogen product moet hebben om het gehele plaatje rendabel te krijgen en ook op ecologisch vlak de schaalvoordelen te benutten. Met één hectare en/of één gewas kom je er niet, er zou toch op zijn minst 100 ha moeten zijn met voldoende diverse te drogen gewassen om de drooginstallatie meer dan 5000 uren op jaarbasis “draaiende” te kunnen houden.”

Haalbaar door samenwerking

“Zeker niet alle boeren komen aan 100 ha, dus zouden we het zien als een vorm van samenwerking tussen de plaatselijke landbouwers. Dat zij samen investeren in dé drooginstallatie, waar iedereen zijn producten naartoe brengt. Die installatie zou best in de buurt van de landbouwers komen. Het zou te gek zijn om dat CO2-vrije droogproces teniet te doen, doordat er tientallen tractoren tientallen kilometers over en weer zouden moeten rijden. De droger staat best centraal in het landbouwgebied. Liefst zo dicht mogelijk bij de haven, zodat de gedroogde producten het schip op kunnen naar bijvoorbeeld paardenfokkerijen in Saoedi-Arabië.”

“Eind februari hebben we het idee toegelicht aan de landbouwers in het grensgebied tussen Vlaanderen en Nederland op Linkeroever. Daar heb ik bijgeleerd dat een landbouwer niet kan discussiëren over de prijs van zijn afgewerkt product. De afnemer zegt: “jij geeft eerst uw tomaten en daarna bepaal ik hoeveel ik jou er voor geef.” Voor mij als ondernemer voelt dat niet fair aan. Ten tweede merkte ik dat ze echt op hun tandvlees zitten. Daar waren ze heel open over. Ik vroeg hen vlakaf hoeveel ze voor welk product krijgen en wat bepaalde zaken kosten en ik kreeg die informatie. Ze zijn heel geïnteresseerd in zo’n drooginstallatie, op voorwaarde dat de kost niet te hoog is. Bij hen wordt het verhaal heel snel financieel, wat ik heel logisch vind. Als je het niet breed hebt, moet je zo redeneren.”

Eigenaar gezocht

“Ik geloof alleszins dat we het rendabel kunnen krijgen voor de landbouwer. Maar ik verwacht dat niet binnen drie jaar. Nu zitten we nog in de haalbaarheidsfase. Wat ik nog niet kan beantwoorden is of de landbouwers eigenaar van de installatie moet zijn of niet. Een andere vraag is: zijn ze daar logistiek en organisatorisch klaar voor? Wie gaat de operatoren voorzien voor de droogfabriek? Er zal een apart vehikel moeten opgericht worden dat eigenaar is van die installatie en die zorgt dat er daar mensen rondlopen die ze draaiende houden.”

“In ieder geval viel het mij op hoe hoog de opkomst was. Er waren ruim 30 landbouwers. Dat bevestigt wat ik via het Regionaal Landschap al te horen kreeg, dat de boeren echt wel vragende partij zijn naar nieuwe technologie. De nieuwe generatie is daar sterk mee bezig en is net zo zeer ondernemer dan ik. Een kameraad van mij heeft een melkveebedrijf, dat volautomatisch draait. Daar moet je verdorie een straffe ingenieur voor zijn!”

Nieuwe generatie overleeft

“Het is een sector waar ik veel respect voor heb, ik heb er een paar in mijn vriendenkring en die mannen moeten heel hard werken aan lage prijzen. Dat is overleven en dat maakt dat – vooral de jongere generatie – continu op zoek is naar creatieve nieuwigheden die hun beroep een andere wending geven.”

 

“Waar mijn interesse in energie-efficiëntie begon weet ik nog goed. Mijn achtergrond is burgerlijk ingenieur (electromechanica), dus ik ging sowieso veel moeten werken (lacht).  “Oké”, dacht ik, “maar dan wil ik wel een job doen die een positieve impact heeft op de maatschappij. Iets nuttigs.” Met CEE wil ik meebouwen aan een wereld waarin wij kunnen blijven genieten van natuur. Het pad daar naartoe moet economisch haalbaar zijn. Daarom de twee e’s: Economical en Environmental. De c van Creative slaat op het technische.”

“Ik hoop dat warmte-uitwisseling en het respect voor de volgende generatie in de toekomst nog meer aandacht zal krijgen. Zelf draag ik absoluut mijn steentje bij. Heb je gezien hoe ik hier ben toegekomen? Dat is een elektrische moto, veel beter dan een wagen met verbrandingsmotor. Ons huis is potdicht geïsoleerd. Vrienden of familie spreken me weleens aan wat ik over een bepaalde ingreep denk. Daar geef ik met veel plezier raad over. Eén derde van de CO2-uitstoot komt van de huishoudens. Ik droom van huizen zonder schoorsteen. Of beter nog: fabrieken zonder schoorsteen. In de toekomst zullen we doorgedreven moeten streven naar energie-efficiëntie. Dat is moeilijk maar noodzakelijk en net daarom zitten wij in die business.”

Doe mee!

Als wereldhaven is de haven van Antwerpen cruciaal voor de economische welvaart van het land. Om verder te ontwikkelen, benut de haven gebieden met natuurwaarden. Ter compensatie moet er vooraf elders nieuwe natuur gemaakt worden. Dat gaat in veel gevallen ten koste van landbouwgronden.  Daarom neemt Ontwikkeling Havengebied Antwerpen maatregelen om de getroffen landbouwers te steunen (o.a. premies).

In het ruime poldergebied rond de haven blijven de landbouwbedrijven bestaan. Moderne boeren zoeken namelijk zelf naar nog maar innovatieve manieren om hun beroep een nieuw elan te geven. Collega-ondernemers als Koen zijn daarin een ideale partner.

Ben jij of ken jij iemand die vernieuwende landbouwmethodes hanteert? Of die bijzondere teelten zaait, cultiveert en oogst? Laat het ons weten, want wie zijn  gezond boerenverstand gebruikt, verdient een BOERgondisch eerbetoon!

Start typing and press Enter to search