“Ik ben ooit aangevaren geweest door een Belgisch fruitschip. Wegens de wind waaide dat fruitschip een beetje uit koers en omdat de loods dacht dat onze sleepboot er nog niet was om dat vooraan op te vangen, gaf hij volle gas vooruit. Wij waren er echter wel en zo raakte dat schip ons in de zij. Ons achtersteven stond onder water, het voorsteven stond omhoog en we stonden klaar om in het water te springen. Het eerste waar ik aan dacht was mijn eerste schoonbroer, die samen met twee anderen verdronk toen zijn sleepboot om getrokken werd. Op korte tijd gaat heel je leven voorbij. Nog een geluk dat het schip een bulb had, waar we met onze sleepboot bleven aanhangen.”

Profiel

  • Naam: Ludo Van Hooydonck
  • Functie: Havengids
  • Bedrijf: Havenbedrijf Antwerpen / Havencentrum Lillo
  • Leeftijd: 71

Verwezenlijkingen

  • Vond de onbreekbare sleeplijn mee uit
  • Boeit jong, oud, arm en rijk met spraakmakende havenvertelsels
  • Evacueerde 240 schoolkinderen van een beschadigde Flandria
  • Kreeg een bus vol praatgrage dames muisstil

De bedenker van de onbreekbare sleeplijn

“Sindsdien is veiligheid mijn topprioriteit. Ook later aan wal bleef dat zo. In die tijd werkten wij met nylon sleeplijnen die heel gemakkelijk kapot gingen. We hebben allerlei soorten stevigere materialen geprobeerd, want een kapotte sleeplijn kost heel veel geld, maar niets werkte. Tot ik eens ergens iets aan een kraan zag hangen. Een klos van kabels, Nemagschakels waren dat. Ik zocht op welke firma die maakte en samen met hen hebben we een project uitgewerkt, waardoor we die Nemagschakels als sleeplijn konden gebruiken. Vandaag zijn die schakels nog altijd de norm. Dus ik denk dat dat mijn mooiste verwezenlijking zal zijn. Dat heeft het Havenbedrijf heel veel geld bespaard. Ik heb er nooit een bonus voor gekregen (lacht).”

“Op 1 april loop ik 50 jaar rond in de haven. Het was 1968, ik was 19 jaar en ik had automechanica gevolgd. “Zou je eens geen examen aan de stad meedoen”, stelde mijn vader voor. En inderdaad, er kwam een examen uit voor helper/motorist. Niet wetende wat dat was, schreef ik mij daarvoor in. Dat bleek een job bij het sleepbedrijf te zijn. Niet veel later hoorde ik dat verhaal van mijn eerste schoonbroer. Toen stond ik op het punt om af te haken. Mijn schoonzus is mij zelf komen overtuigen om het toch te doen. De boten waren sindsdien vernieuwd. Ik ben blij dat ik het heb gedaan, want ik heb er 45 jaar gewerkt.”

Specialiteit

“Dankzij die carrière en als vrijwilliger bij Stella Maris en het MAS-havenpaviljoen, heb ik de haven van binnen en van buiten leren kennen. Op het water, aan boord en in de bedrijven. In 2006 werd ik 60 jaar en mocht ik eigenlijk op pensioen. Maar omdat ze net een nieuwe vloot sleepboten hadden aangekocht – iets dat je maar zelden meemaakt in je carrière – wilde ik nog even doordoen. Op datzelfde moment verscheen er een oproep voor havengids bij het Havencentrum Lillo. Die opleiding duurde een week en dankzij mijn havenkennis was het een fluitje van een cent.”

“Tot op mijn 65e heb ik dat gecombineerd met het sleepbedrijf. Daarna moest ik toch op pensioen en ben ik zelfstandige in bijberoep geworden. Ik doe de tours ‘haven vol beroepen’, ‘haven vol uitdagingen’ en ‘haven vol techniek’, die we speciaal voor technische scholen in het leven geroepen hebben. In de hoop dat de leerlingen hier ooit zelf terecht komen. Met technische scholen naar die technische bedrijven gaan is toch wel mijn stokpaardje. Naar het Albertdok, waar de binnenvaartschepen onderhouden worden. In de ateliers naar de machines gaan. Dat is mijn specialiteit.”

Humoristische vertelstijl

“Onze bezoekersaantallen schommelen rond de  45 000 personen per jaar. Scholen zijn duidelijk onze grootste doelgroep. Heel lang heb ik de boot van de 11-à 12-jarigen bewust afgehouden. Ik dacht dat dat pubers waren, die niet zouden luisteren. Nu is dat mijn favoriete publiek. Wat je met hen best doet, is aanwijzen en zeggen wat daar gebeurt of staat. Er zijn er altijd die niet geïnteresseerd zijn. Die probeer ik mee te trekken op een humoristische manier. Je ziet dan bijvoorbeeld een schip liggen met de luiken open omdat ze aan het laden of lossen zijn. Bij die luiken staat altijd een man. Dan vraag ik: “wie is dat, die man die daar staat?” Dat zal wel een havenarbeider of een dokwerker zijn, denken ze dan. “Neen, dat is een gatman.” Dan schieten die gasten in de lach hé. “Die mijnheer staat aan een gat en kijkt in dat gat. Want beneden in dat gat staat een aantal mensen te werken. Die kraanman daar, kan die mensen niet zien. Daarom zie je die gatman tekens geven.”

“Door dat op zo’n komische  manier te vertellen, heb je de aandacht terug vast en ben je vertrokken. Als er van die 20 kinderen tien oprecht geïnteresseerd zijn ben ik blij. Let op, die andere tien horen ook wel iets. Dikwijls moeten ze nadien een taak maken over het bezoek en als ik aan de onderwijzers vraag hoe die zijn, zeggen ze zelf: “je zou schrikken hoe veel ze onthouden.”

Kakelende vrouwen worden er stil van

“Waar ik op probeer te letten is dat ik niet te veel ratel. Mijn principe is: zeggen wat we zo meteen gaan zien. Laat ze dan maar eventjes babbelen. Eén van mijn eerste gidsbeurten was met  de KVLV Vrouwen met Vaart uit de Kempen. Toen ik op de bus stapte zei de chauffeur mij: “Ludo, we zijn in Merksplas vertrokken en die zijn geen seconde gestopt met kakelen. Daar krijg je geen woord tussen.” Wij deden onze toer door de haven en nadien kwam de voorzitter naar mij. “Ludo, dat heb ik nog nooit meegemaakt: je kon een speld horen vallen op de bus.” Er zijn ergere dingen om te horen (lacht).”

“Er zijn dingen die ik niet weet. Het is een wereld waar heel veel in verandert en de haven verrast mij nog elke dag. Zo was ik eens op pad met een collega-gids die veel weet over chemie. Ken je die hoge fakkelmasten aan de Total, die Eiffeltorens? Tijdens een gidsbeurt vertelt mijn collega dat die 666 voet hoog zijn. Waarom? Dat gaat terug naar de jaren ’30-’40, toen de raffinaderijen naar Antwerpen kwamen. Die moesten zo’n toren zetten. In de Bijbel wordt de duivel voorgesteld door het getal 666, de brenger van het vuur. Dat wist ik niet en sindsdien vertel ik het altijd als we er passeren.”

Flandria geëvacueerd

“Moest ik van Marie-France (die Ludo nomineerde, nvdr.) vertellen over de Flandria-vaart die geëvacueerd moest worden? Wel, we waren met een lagere school op rondvaart. Kort na het vertrek riep de kapitein, een jonge kerel, helemaal over zijn toeren: “brand in de machinekamer!” Ze weten dat ik veel in machinekamers gewerkt heb, dus stuurden ze mij daar naartoe. “Jongen, je moet zo niet panikeren, we gaan dat rustig afhandelen”, zei ik. Ik ging kijken en het was geen brand. Er lekte olie op een kokende leiding, waardoor er veel stoom hing en het naar olie stonk.”

“We lieten ons afdrijven tot tegen de kaai en ik weet nog hoe één van de onderwijzers mij heel kordaat zei: “mijnheer, wij moeten eerst van boord, je weet toch welke school wij zijn.” “Mijnheer”, antwoordde ik, “u zult achteraan aanschuiven samen met alle andere kinderen.” Zo hebben ik en mijn collega – gidsen de 240 kinderen geëvacueerd. De havenarbeiders voerden hen met de platte wagen naar een veilige plaats, waar we Polderbussen hadden laten komen om hen op te pikken. Door dat voorval zijn wij als gidsen voortaan opgeleid om mensen te tonen hoe ze een zwemvest moeten aandoen en wat te doen als het schip in gevaar is. Wat mij daar ook opgevallen is, is hoe belangrijk de sjakosj voor vrouwen is (lacht)!”

Geschrapt van bucket list

“Op die 50 jaar heb ik enorm veel zien veranderen. Het meest tekenende is wat een collega tegen mij zei, toen er voor het eerst twee ertsschepen binnen voeren: de Wolja en de Nikilja, ik vergeet die namen nooit. “Die boten zijn 250 meter lang en 32 meter breed. Dat zijn de grootste schepen die ooit de haven van Antwerpen zullen kunnen binnenkomen”, dat was letterlijk wat ze zeiden. Tegenwoordig komen er hier schepen binnen van 400 meter lang en 59 meter breed met een diepgang van 16 meter.”

“Voor een personeelsblad van het Havenbedrijf gaf ik onlangs een interview. De titel was: “De haven is mijn tweede vrouw.” Zo wil ik herinnerd worden. Als iemand die de haven doodgraag zag. Ik heb meegewerkt aan het fotoboek ‘De Haven uit de lucht’. Een heel mooi boek. Ze vroegen mij hoeveel ik daarvoor moest hebben. “Dat is heel simpel”, zei ik, “jij stijgt met jouw vliegtuig ergens in Vlissingen op en vliegt met mij over heel de Schelde, de haven en de stad.” Die man heeft mij iets van mijn bucket list laten schrappen.”

Doe mee!

De Antwerpse haven draait al eeuwenlang mee als wereldhaven. Op haar oevers, dijken en omgeving is geschiedenis geschreven. Schepen en bemanningen van allerlei pluimage hebben haar wateren bevaren en daar historische sporen nagelaten. Daarom beschermt de haven haar erfgoed en ontvangt ze recreanten die van haar schatten willen genieten.

Dankzij welbespraakte havenencyclopedieën als Ludo geraakt die rijke havenhistorie bekend bij een breed publiek. Meer nog: velen onder hen maken zelf deel uit van die snel evoluerende wereld en kunnen uit eigen ervaring putten om jong en oud te boeien.

Zoals Ludo zijn er nog mensen die het verhaal van de haven op hun manier vertellen. Ken jij iemand die zich verdiept in de geschiedenis en die kennis overdraagt? Of ben jij zelf zo iemand? Nomineer jouw havenheld en wij vereeuwigen hem met een eerbetoon!

Start typing and press Enter to search