“Wanneer de laatste stukken van een windmolen omhoog gaan, kijk ik vol bewondering toe. Dan ben ik blij dat alles zonder incidenten is verlopen. Als ik er één zie stilstaan wíl ik weten waarom. Thuis kan ik alle 16 windmolens die ik geplaatst heb op mijn computer zien. Hoeveel energie hij opwekt, hoeveel toeren hij doet, alle specificaties. Onze windmolens kunnen van thuis afgezet worden en als er een detectiesysteem in werking treedt, krijgen de beheerders daar automatische mails en sms’en van.”

Profiel

  • Naam: Piet Wauters
  • Functie: Project Engineer
  • Bedrijf: Wind Aan De Stroom
  • Leeftijd: 65

Verwezenlijkingen

  • Stelt technische kennis ten dienste van milieu
  • Werkte mee aan de inplanting van 16 windmolens in de haven
  • Zorgde mee voor opheffing zonnepanelenverbod
  • Bouwde mee de Deurganckdok-terminal op

“Noemen ze mij een havensenior? Welja, in theorie ben ik al gepensioneerd. Ik heb mijn eigen bvba waarmee ik als onderaannemer voor onder andere Wind Aan De Stroom en Vleemo werk. In totaal zit ik al meer dan 15 jaar in de haven, dus misschien dat ik daarom tot de havensenioren behoor. Ik voel me nog geen senior alleszins, anders zou ik zojuist geen drie uur in de regen en koude hebben gestaan (lacht).”

Luchtvaarttechnologie bij windmolens

“Eerst heb ik 20 jaar bij diverse luchtvaartmaatschappijen gewerkt. Telkens in een technische functie, want ik heb burgerlijk ingenieur en elektromechanica gestudeerd. Veel later heb ik daar nog burgerlijk ingenieur lucht- en ruimtevaart bovenop gedaan. Veel van die principes uit de luchtvaart komen trouwens terug bij windmolens: aerodynamica, propellermechanismes, studies van turbulenties en luchtlagen, 3D ontwerpen… Vandaar dat ik een vrij brede technische bagage heb, zodat ik het algemeen management kan doen van technische activiteiten. Dat was dan ook wat ik deed, toen ik mijn havencarrière startte als technisch directeur bij P&O Ports.”

“P&O, de tweede grootste rederij ter wereld denk ik, wilde met hun zusterfirma Ports een grote stouwerij opzetten voor het behandelen van containers aan het Deurganckdok. Dat was men op dat moment aan het ontwikkelen, zodat ik die terminal in een heel team letterlijk vanaf een leeg stuk grond mee opgebouwd heb. Eerst bij P&O Ports, later ging dat op in DP World. Alles samen bezat DP World daar ongeveer 135 ha. Naast de terminal van het Deurganckdok, was ik ook verantwoordelijk voor de technische kant van het Churchilldok, wat vandaag de Zuidnatie is, en een containerterminal op het Delwaidedok. Dat is belangrijk voor wat ik straks ga zeggen (lacht).”

Het zonnepanelenprobleem

“DP World verbruikte veel energie en als technische man was het een deel van mijn taak om het bedrijf energiezuiniger te maken. Liefst op een groene manier. Rond 2008 kwamen de zonnepanelen fel op en daar wilde ik mee aan de slag. Daar zouden we heel hoge groene stroomcertificaten voor krijgen. Bovendien hadden we, zoals ik daarstraks zei, grote magazijnen liggen op het Churchilldok, waarvan het dak zich perfect leende tot zonnepanelen. Toch was er een probleem.”

“Zonnepanelen waren verboden in de haven van Antwerpen. Daarom ben ik, samen met nog enkele andere stouwerijen, in een comité gegaan dat ijverde om dat verbod op te heffen. De haven was tot dan beheerder van haar energiedistributie en zij zag natuurlijk in dat zij die groene stroomcertificaten onmogelijk kon uitbetalen. Daarom hebben zij de energiedistributie verkocht en zo het verbod opgeheven. Voor mij het sein om op alle magazijnen samen een anderhalve hectare zonnepanelen te leggen, als één van de eersten in de haven.”

Wie een windmolen regelt voor een ander, plaatst hem zelf

“Die mogelijkheid hadden we op onze containerterminal aan het Deurganckdok op linkeroever niet. Daarnet haalde ik aan dat we daar 135 ha hadden. Plaats genoeg voor windmolens en een biogascentrale. Ik had voor DP World al concrete plannen voor een vijftal windmolens, toen mensen van het havenbedrijf mij benaderden. Zij hadden Wind Aan De Stroom mee opgericht en zo heb ik CEO Giovanni Vercammen, de man die mij voorgedragen heeft als havenheld, leren kennen en is het windmolenverhaal begonnen. Eerst nog als technische man van DP World, waar ik tot de laatste dag al het nodige heb gedaan om uiteindelijk twee windmolens en een biogascentrale administratief te regelen.”

“Diezelfde twee windmolens heb ik later als onderaannemer van Wind Aan De Stroom zelf mee mogen zetten (lacht). Toen ik bij DP World weg ging, vroegen Giovanni en David van Vleemo mij of het mij interesseerde om de bouw van de in totaal 15 (vorig jaar kwam er een 16e bij) windmolens voor hen te begeleiden. Omdat ik zo nauw betrokken was geweest bij de administratieve verwikkelingen en ook al ervaring had met alle logistiek en transport die bij zware onderdelen komen kijken, sprak dat mij aan. Juist het bouwen zelf en de infrastructuur die daarvoor nodig is, moest ik leren kennen.”

Handen en voeten in complexe aarde

“Vooraleer wij een windmolen kunnen zetten, moet eerst de milieu- en bouwvergunning in orde zijn. Per windmolen moeten allerlei onderzoeken gebeuren, waarmee tijdens de praktische uitvoering  rekening gehouden moet worden. De standen van de zon voor de slagschaduw o.a. We moeten weten wat voor leidingen er onder de grond liggen. We moeten zorgen dat de windmolens veilig ingepland worden, want op sommige plekken staan ze in een omgeving waar mensen werken. Wij moeten samenwerken met de politie om een veiligheidsperimeter te installeren. Als de windmolen nabij een treinspoor komt, moet Infrabel ook een vergunning uitreiken. Als wij iets aan het hijsen zijn, leggen zij hun treinverkeer stil. Begint het te dagen hoe complex dat allemaal is (lacht)?”

“Wanneer al die afspraken gemaakt zijn, leggen we eerst het fundament waar we de windmolen op gaan zetten. Voor je dat helemaal gaat uitgraven, moet je weten of de ondergrond stevig genoeg is. Die windmolen weegt een 4000 ton, het is beter dat zoiets niet omvalt. Daarna leggen we het kraanvlak aan. Zoals de naam doet vermoeden, dient dat om de kraan stabiel te installeren. Vervolgens voorzien we alle logistieke toegangen: zorgen dat de plaats bereikbaar is en dat er een stockageplaats ligt. Dat proces moet ik helemaal coördineren in samenwerking met in dit geval Wind Aan De Stroom. Ik ben hun handen en voeten zeg maar.”

Grootste vijand van de windmolen is… de wind!

“Tijdens het plaatsen heb ik al eens meegemaakt dat er een blad beschadigd geraakte. Dat konden we ter plaatse herstellen. Ik moet wel zeggen dat alle mensen die deelnemen aan het proces van zo’n windmolen specialisten zijn. Zij weten wat ze doen en verbeteren zich continu. Het laden lossen van een wiek bijvoorbeeld is precisiewerk. Dat weegt 22 ton, dat pak je zomaar niet van een schip en zet je op een truck. Hoe groter het onderdeel, hoe meer kans op beschadiging. Nog een heel specifiek werk is het aansluiten op het net en het aanleggen van alle nodige elektrische kabels en hoogspanningskabines.”

“Ironisch genoeg is de wind onze grootste vijand tijdens het bouwen. Je werkt met een kraan van 160m hoog en afhankelijk van het onderdeel ben je beperkt tot hoeveel wind je daarmee mag hijsen. Je moet dat controleren met vier tot zes mensen met koorden. Zo’n blad is gemaakt om wind te vangen en als je dat hijst bij 4m per seconde, kan je dat gewoon niet houden. Dan kan het tegen de kraan of de toren botsen of erger nog: een persoon raken. Ik heb al meegemaakt dat we daardoor een week stillagen, in de zomer dan nog! We hebben ook al eens een bom opgegraven. Dan moet je elke schep aarde beginnen controleren of er nog één inzit.”

Planning om zeep

“Dat haalt heel je planning om zeep. Je hebt de machines en kranen voor een bepaalde periode gehuurd, en dan kan je niet zomaar zeggen “laat ze nog maar een week staan”. Een kraan kost 20 000 euro per dag. Daardoor gebeurt het dat ik 14 uur per dag bezig ben. Soms tot in de nacht. Mijn vrouw begrijpt dat al 41 jaar zeer goed (lacht). Zij werkt ook nog fulltime. Thuis moet ik niet meer plannen. Mijn weinige vrije tijd gaat naar mijn vrouw, drie kinderen en binnenkort vijf kleinkinderen. Als het kan ga ik fietsen en boslopen. Op mijn leeftijd en met mijn knieën is dat vooral als ontspanning en voor de gezondheid.”

“Van de verschillende types windmolens ben ik eerlijk gezegd niet zo op de hoogte. Zo’n windmolen staat vol elektronica en software, wellicht daarom dat men de onze ‘slimme’ windmolens noemt. Die 16 windmolens op linkeroever hebben allemaal bladverwarming met een detectiesystemen. Vanaf er op één van die bladen ijs begint te vormen, valt die windmolen stil en moeten wij de matten in het composiet van de bladen aanzetten. Zelfs als windrichting wijzigt, draait de software de rotoren bij, zodat ze optimaal veel wind vangen. Hetzelfde voor de toerentallen. Als die te hoog of te laag liggen, schakelt de software automatisch naar een andere versnelling, zoals diegene in je auto. Zo’n windmolen moet 20-25 jaar meegaan. Als er al eens iets kapot gaat, is dat meestal een sensor.”

Doe mee!

Als wereldhaven is de haven van Antwerpen cruciaal voor de economische welvaart van het land. Daarvoor moet zij blijven ontwikkelen in harmonie met natuur en milieu. Ontwikkeling Havengebied Antwerpen legt daarom nieuwe leefgebieden aan, waarin fauna en flora weelderig bloeien.

Daarnaast kan Moeder Natuur rekenen op duurzame denkers, zoals havenheld Piet. Zij wenden hun technische vernuft aan om groene energie op te wekken. De investering en complexe processen nemen zij er graag bij, want op termijn geeft de afrekening hen gelijk.

Ben jij of ken jij iemand die milieuvriendelijk handelt? Of die zich ontfermt over planten en dieren? Laat het ons weten, want wie de havennatuur beschermt, verdient een bloemetje!

Start typing and press Enter to search