“Eind 2013 riep de kapitein van de C-Lady Bug “Mayday mayday” door de marifoon. Dat schip, een groot Roll-on/Roll-off schip met Chinese bemanning, was tijdens een storm losgebroken en driftte met een snelheid van vijf knopen door het Deurganckdok. Aan de zuidkant lagen andere schepen en de ramkoers ging die richting uit. Twee van onze sleepboten zijn daar tegen 13 knopen naartoe geracet. Op een kwartier waren ze er, ze grepen het schip vast en legden het tegen de kant. In zo’n noodgevallen moet alles veel sneller gaan: vastkoppelen, positioneren en het schip veilig tegen de kant duwen, weg van andere schepen. Gelukkig waren we erbij vooraleer het schip schade kon aanrichten.”

Profiel

  • Naam: Robert Van Hees
  • Functie: General manager
  • Bedrijf: Antwerp Towage
  • Leeftijd: 36

Verwezenlijkingen

  • Behoedde Deurganckdok voor een ongeluk
  • Zorgt dat schepen veilig naar de havensluizen gesleept worden
  • Smeedt hartelijke banden met havenwerknemers
  • Staat regelmatig achter het fornuis

De haven slaapt nooit

“Achteraf bleken de trossen versleten. Onze werkleiders en sleepbootkapiteins beluisteren non-stop de kanalen van de marifoon. Als er zo’n noodkreet is, horen zij die. De haven is dag en nacht paraat, 24u op 24 en elk signaal wordt opgevangen. Is het niet door ons, dan gebeurt het door de centrale in Zandvliet zodat zij ons bellen. Onze sector draait 7 dagen op 7, dus als je wil kan je elke avond aan het werk zijn. Ik en mijn vriendin Stefanie hebben geen kinderen, misschien komt dat er nog wel van, maar nu is er ruim voldoende tijd voor een sociaal leven. Wij gaan veel naar zee, waar wij een appartement hebben. Daar fietsen en wandelen we voornamelijk. Het strand en het water trekken mij enorm aan.”

“Dat water is altijd een belangrijk element in mijn leven geweest. Ik ben opgegroeid in Kapellen, vlakbij de haven. Mijn grootvader, die als kapitein ter lange omvaart bij onze concullega’s heeft gewerkt, woonde achter onze hoek. Hij heeft mij altijd geïntrigeerd. Wanneer hij ’s zaterdags ging werken aan de kaai, ging ik als klein jongetje wel eens mee. Dan zaten wij aan het bureau, gingen we eens naar de boten en mochten we mee aan boord. Ik denk dat daar de eerste zaadjes gepland zullen zijn. Mijn ouders hadden ook een zeilboot in Sint-Annaland in Nederland. Daar gingen we regelmatig met het hele gezin mee varen op de Oosterschelde, De Grevelingen en het Veerse Meer.”

Een echte Engelsman

“Omdat ik mij interesseerde in het maritieme, heb ik na mijn bachelor financiën en verzekeringswezen een postgraduaat maritiem recht gedaan in Londen. Die richting schetst een algemeen beeld van de maritieme sector. Ik leerde er het belang van Bill of Lading (waarin de vervoersvoorwaarden vastgelegd staan) en van charter parties, want als het daarop aankomt, is Londen echt wel de toonaangevende stad. Aanpassingsmoeilijkheden heb ik niet gekend, veel mensen hier zeggen me vaak: “jij bent echt een Engelsman” (lacht). Londen is voor mij ook wel dé stad. Het heeft een bepaald Engels charisma en dat boeit mij. Zeker nu met Kerstmis is het daar zalig. Dat is wel een aparte sfeer.”

“Twaalf àdertien jaar geleden begon ik bij de agentuur, waar ik de disbursement accounts opmaakte die naar de rederij gingen. Nadien werd ik waterklerk, zoals Dirk Daems, de persoon die mij genomineerd heeft, er één is. Van de agentuur stapte ik naar een rederij. Daar had ik zes chemicaliëntankers onder mijn hoede, waarvoor ik de dagelijkse operations moest doen: agenten nomineren, voyage orders maken, ladingen opvolgen en dergelijke meer. Vijf jaar geleden ben ik hier begonnen. Op zich is dit ook een rederij, alleen één met sleepboten in plaats van chemicaliëntankers.”

Klantenbinding op festival

“Wat ik vooral doe is samen met mijn collega’s in Terneuzen en Rotterdam werk binnenhalen. Ook het contact met de lokale mensen, de agenten en rederijen valt onder mijn verantwoordelijkheid. Veel agenten hebben vrije boten, zonder contract, die dan zeggen “jij mag dat voor ons doen.” Daarom zorg ik dat ik een goed contact heb met die mensen. Wat daarbij helpt is dat wij een vrij jong team zijn en de meeste agenten zijn ook vrij jong, dus er is een band. Voorts doen wij evenementen, zoals onze jaarlijkse Tugs & Drinks. Met een delegatie klanten gaan we weleens naar het voetbal of basketbal, pikken een festivalletje mee en zo bouwen wij een netwerk uit. Met Kerstmis delen wij kerstpakketten uit met een kalender en getijdenboekjes.”

“Door zo vaak op evenementen te vertoeven, eet ik regelmatig op restaurant en in het weekend heb ik daar dan echt geen zin in. Daarom neem ik regelmatig uitgebreid de tijd om eerst naar de markt of de winkel te gaan en ’s avonds lekker te koken. Voor ons twee of meer, als er vrienden komen. Onlangs hebben we een nieuw huis met een tuin gekocht, dus je kan al raden hoe mijn vrijetijdsbesteding er de komende maanden zal uitzien (lacht). Tuinieren doe ik graag, dat ontspant mij.”

Sterkste sleepboot van Antwerpen

“Antwerp Towage is onderdeel van twee grote sleepbedrijven: Multraship Towage in Terneuzen en Fairplay Towage in Hamburg. Simpel gezegd zorgen wij dat onze vier sleepboten in Antwerpen werk hebben. Eén van die sleepboten is de sterkste van Antwerpen  met 84 ton bollard pull. Onze oudste sleepboot is een tiental jaar, wat wil zeggen dat wij een zeer moderne vloot hebben, die heel goed onderhouden is. Dat zijn niet mijn woorden,  loodsen zeggen vaak dat ze aan boord van de grond kunnen eten. Onze bemanning steekt daar veel tijd in en dat maakt mee het verschil.”

“Bij een sleepopdracht komt eerst de zeeloods aan boord ter hoogte van het loodsstation in Terneuzen. Dan vaart het schip door naar Vlissingen, waar de zeeloods van boord gaat en de rivierloods diens plaats inneemt. Die rivierloods bestelt het aantal sleepboten dat hij nodig heeft bij ons. Daarna plannen onze werkleiders welke schepen zullen assisteren. Die varen naar het punt in de haven waar de sleepboten het schip opwachten. Daar haken de sleepboten vast en slepen het schip naar de rivierterminal of sluis waar het moet zijn.”

Nauwkeurig manoeuvreren door nauwe passages

“Op het roer van een schip dat naar een sluis of een terminal gaat, moet een bepaalde snelheid zitten om te kunnen sturen. Maar als het te snel vaart, kan het niet nauwkeurig sturen. Daarom is er een achtersleepboot die het schip afremt en één vooraan die meestuurt. De loods of de kapitein kunnen hun propeller laten draaien, zodanig dat ze kunnen manoeuvreren. Slepen is dus trekken, sturen en remmen in combinatie met de eigen kracht van het schip. Daarbij komt nog dat een schip onderhevig is aan het getij en de wind. Onze sleepboten vangen die tegenkrachten op om vaartuigen veilig door de smallere passages te krijgen. Wij slepen ook schepen die zonder aansturing gevallen zijn of op een bank gelopen zijn.”

“Speciale klussen durven wij zeker aan. Zo hebben wij het voor elkaar gekregen om de Innovation, dat is een groot schip dat je op palen uit het water kan zetten, tot aan de Hangar 26 te slepen. DEME organiseerde een bedrijfsfeest op de Innovation. Een tweede klus die ik me nog herinner was de City Of Tokio, een schip dat verkocht was door gerechtsdeurwaarders. Tot overmaat van ramp had het bij boei 83 een black-out gekregen: het had geen voortstuwing meer. Wij hebben hen uit de sluis gesleept en laten ankeren bij de Marlemontse Plaat, iets verder dan de Bocht van Bath. Daar passeren veel andere schepen, dus moesten we van de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit, de instaat voor een vlot en veilig scheepvaartverkeer op de Schelde, een paar dagen bij het schip blijven.”

Tussen oorbellen, tattoos, pot en pint

“Voor dat soort jobs kunnen we rekenen op onze ervaren bemanning. Wij hebben een kapitein van 63 jaar, die hoeven wij niets meer te leren (lacht). Beide sleepbedrijven samen (Multraship Towage en Fairplay Towage) stellen ongeveer 1400 mensen tewerk. We horen die collega’s regelmatig via mail of telefoon en we merken hier echt dat we deel uitmaken van een wereldspeler. Bemanning zoeken wij constant, want ik merk dat minder en minder mensen zich daartoe geroepen voelen.”

“Op dat gebied is de haven veel zakelijker geworden dan vroeger. Toen was het meer een ‘tussen pot en pint’- gebeuren. Hier achter de hoek had je café Den Beer, dat was keibekend in de Antwerpse haven. Elk agentschap kwam daar ’s middags pinten pakken en daar werden de beslissingen genomen. Dat is er aan het uitgaan. Mensen hebben geen tijd meer, er is geen budget, er mag niet gedronken worden… het volkse charisma is aan het verdwijnen. Wat ik nog merk is dat zeemannen, hoewel sommigen er vervaarlijk uitzien met oorbellen en tattoos, mensen zijn die keihard kunnen werken en enorm gedisciplineerd zijn.”

Doe mee!

Ruim 142 000 mensen werken direct of indirect voor de haven van Antwerpen. Haar efficiënte ligging vlakbij de Schelde is een absolute aantrekkingspool voor nieuwe bedrijven en daar speelt Ontwikkeling Havengebied Antwerpen op in door bijkomende ruimte voor havenontwikkeling te voorzien. Daardoor blijft zij een thuishaven voor een groot stuk van de Vlaamse werkgelegenheid.

Grote schepen zijn daarom graag geziene gasten. Per stuk zetten zij tientallen mensen in tal van diverse functies in actie. Eén van die mensen is havenheld Robert, die op zijn beurt een heel team mobiliseert om de transportreus veilig aan te meren.

Ben jij of ken jij iemand als Robert, op wie het havenpersoneel kan rekenen bij veel werk? Of iemand die een bijzondere job uitoefent? Laat het ons weten en wij bewerkstelligen een passend eerbetoon!

Start typing and press Enter to search