Voor de bootmannen van Brabo heeft iedereen respect. Pas wanneer zij een schip veilig vastgelegd hebben tegen de kade, kunnen vracht en bemanning eraf. Dat aan- en afmeren is een heikele onderneming, waarvoor Sean De Cort en zijn makkers elkaar blind moeten vertrouwen. De hechte vriendschapsband onder bootmannen zorgt ervoor dat ze de klus telkens weer klaren en elkaar opvangen in elke situatie.

Profiel

  • Naam: Sean De Cort
  • Functie: Bootman
  • Bedrijf: Brabo cvba
  • Leeftijd: 28

Verwezenlijkingen

  • Meert schepen aan en af
  • Studeert voor loods
  • Onderhoudt hechte vriendschapsband tussen medebootmannen
  • Werkt zich door soms hachelijke omstandigheden

“Als klein ventje heb ik ooit letterlijk aan moeder gevraagd dat ik toch ook niet bij Brabo moest gaan werken. Mijn opa, mijn vader en twee van mijn nonkels werkten er al, maar ik had absoluut niets met dat water. Op familiefeesten hoorde ik die mannen vertellen wat ze allemaal meemaakten. Mijn moeder hoort die ankerverhalen liever niet (lacht). Misschien was het de nieuwsgierigheid om dat eens te willen zien die mij ertoe aangezet heeft om tijdens mijn studies voor fotolasser toch het ingangsexamen van Brabo af te leggen.”

“Op het moment dat ik afstudeerde, kon ik nog niet beginnen bij Brabo en heb ik een tijdje als fotolasser gewerkt. Heel nauwkeurig en vuil werk, ik zag mij dat niet tot mijn pensioen doen. In die zin was ik opgelucht dat Brabo mij op een blauwe woensdag belde dat ik mocht beginnen. Ik denk dat mijn opa, nonkels en mijn vader het plezant vinden dat ik in hun voetsporen treed.”

Zes standplaatsen, zes methodes

“Eerst kreeg ik een week opleiding in de doknummers, documenten, knopen en dergelijke. Tegenwoordig duurt die opleiding twee maanden. Daarna leer je eerst de zes standplaatsen van Brabo in de haven kennen. Elke ‘obet’ zoals wij dat noemen heeft namelijk zijn eigen methodes, die sterk afhangen van de mogelijkheden van de locatie en de ploegoversten. Nadien kom je in de ploeg terecht waarmee het het beste klikt.”

“Als nieuwkomer nemen ze je op de korrel en mij misschien nog net iets meer omdat ze mijn familie zo goed kennen. Ik sta namelijk in de ploeg waar mijn vader en nonkel ook altijd gewerkt hebben. Ik zie die gasten meer dan mijn ouders en vriendin. Na acht jaar samenwerken, zijn sommigen onder hen belangrijke personen in mijn leven geworden. We vertrouwen elkaar, ik zou het moeilijk vinden om dit werk te doen met iemand waar ik een minder goed gevoel bij heb.”

“Wanneer een schip toekomt aan haar ligplaats, staan wij aan die ligplaats klaar met alle nodige apparatuur. Het is niet zozeer het schip dat bepaalt hoe moeilijk een job is, de belangrijkste factor is waar je het moet vastmaken. Een tanker vastmaken aan een platte kaai doen we bij wijze van spreken met de vingers in de neus. Diezelfde tanker aan een steiger hangen is een heel ander verhaal. Idem voor containerschepen: aan een lange kaai is dat veel gemakkelijker dan in het Deurganckdok.”

Onzinkbare boten

“De lijnen die wij ophalen zijn best zwaar om zelf binnen te trekken. Vandaar dat we in de mate van het mogelijke de winchwagen zullen gebruiken. Met dat voertuig kunnen we het schip vanaf de wal aanmeren. Er staat een kaapstander op, dat is een verticale lier die rond zijn as draait en zo de scheepstouwen op- of afwikkelt. De bemanning gooit de lijn naar ons, wij wikkelen die op en leggen die vast totdat het schip tegen de kant ligt. De ene keer is dat al wat meer wringen dan de andere. In de tijd van mijn pa reden ze met deux-chevauxtjes naar de ligplaats en trokken ze de lijn met acht man aan wal.”

“Wanneer er geen ruimte is voor de winchwagen, varen we er met onze bekende oranje motorbootjes naartoe. Die zijn specifiek gemaakt voor ons werk en kunnen tegen een stoot. Ze zijn onzinkbaar omdat ze luchtvrije ruimtes hebben. Als ze kapseizen, rollen ze meteen weer recht. Op de boot staat één iemand aan het roer en de andere in de bak. We moeten constant luisteren naar de loods. De is iemand van ons die aan boord van het schip gaat om het door de haven te manoeuvreren. Zij weten elke ondiepte of drempel op de bodem liggen. Dat is zodanig specialistenwerk dat kapiteins dat niet zelf mogen, tenzij ze met een klein schip dat geen tanker is, varen.”

Schroefwater

“Tijdens het aanmeren stuurt de loods de kapitein en zijn bemanning, de sleepboten en ons aan. Als de wind goed staat, legt de loods het schip zelf weg. Zit de wind slecht, dan vraagt hij aan ons om een voorlijn te komen halen. Dat betekent dat wij – terwijl de sleepboot vooraan aan het werken is – naar datzelfde voorsteven moeten. Dat is gevaarlijk, want als die sleepboot schroefwater maakt, kan die stroming ons grijpen en dan kan het verkeerd aflopen.”

“Eén keer ben ik zo bijna onder water gegaan. We geraakten vast in het schroefwater, waardoor we scheef tegen het schip kwamen te liggen. Er stroomde veel water in onze boot en ik was zeker dat we zouden zinken. We zaten achteraan de propeller, als je daar in het water valt… Gelukkig is de sleepboot op tijd gestopt, zodat we er net op tijd tussenuit geraakten.”

“Wanneer wij naar het schip varen, zorgt de loods dat alle andere schroeven af staan. Schepen zijn bovenaan breder dan onderaan, dus wanneer wij met ons klein bootje tegen dat hoge schip liggen, kan niemand ons zien. Op ons teken laat de bemanning de lijn zakken. De bootman die in de bak staat, pakt die aan en bindt de lijn vast met een koord, zodanig dat die niet terug in het schip kan schieten. Daarna varen wij ermee naar de kade en gooien we de lijn over de bolder.”

Supermannen

“Zeker in het begin is dat heel spannend. Het is gevaarlijk werk in die zin dat je elkaar goed in de gaten moet houden. Daarom dat wij met vaste ploegen werken, zodat wij elkaar goed kennen. Hoewel dat hier allemaal supermannen zijn, maakt iedereen weleens een foutje. Dat is menselijk. Mijn opa heeft nog geweten dat ze naar de schepen roeiden met platte boten waar alleen een wiel op stond. Dat was nog een pak gevaarlijker.”

“Wanneer ik vertel wat mijn werk is, blijkt er toch bewondering voor te zijn. Mijn opa vertelde mij dat wanneer hij met zijn collega’s in café het Licht Der Dokken kwam – het stamcafé van Brabo – dat de uitbaters en de klanten hen herkenden en een tournee generale gaven. Daaraan merk ik dat Brabo geliefd is binnen de haven, we zitten er tenslotte al 88 jaar. Wij zijn het enige bedrijf dat dit soort werk doet. Daar moeten we elke keer ons uiterste best voor doen, want om de acht jaar moeten we opnieuw onze concessie verdienen.”

Doe mee!

Ruim 143 000 mensen werken direct of indirect voor de haven van Antwerpen. Haar efficiënte ligging vlakbij de Schelde is een absolute aantrekkingspool voor nieuwe bedrijven en daar speelt Ontwikkeling Havengebied Antwerpen op in door bijkomende ruimte voor havenontwikkeling te voorzien. Daardoor blijft zij een thuishaven voor een groot stuk van de Vlaamse werkgelegenheid.

De job van bootmannen zoals Sean dwingt bij iedereen die je in de haven spreekt oprechte waardering af. Ze heeft alles wat werken in de haven zo typeert: vlakbij het water, varend, internationaal contact en een hechte teamspirit.

Zoals Sean zijn er nog havenhelden die een bijzonder beroep uitoefenen of die voor een aangename werksfeer zorgen. Wie is jouw havenheld(in)? Laat het ons weten en wij maken werk van een passend eerbetoon!

Start typing and press Enter to search