“Eigenlijk heet een mammoet een stradler. Waar de naam mammoet vandaan komt zou ik niet weten, het heette al zo toen ik ermee begon te rijden. Het ziet eruit als een rijdende lift: vier palen met daartussen een grijpsysteem dat op en neer beweegt. Daarmee rijden wij over de container, klemmen we die vast en rijden we terug weg. Aan onze mammoet hangen pinnen, die wij in de draaggaten van de container moeten richten en daarna draaien die zichzelf daarin vast. Aan de spreader kunnen wij zien of we er juist boven staan. Bij grote containers zien we dat op zicht, bij kleinere hebben wij een ijkpuntje. De ene hang daar een colsonband aan, de andere een plakkertje en ik gebruik een wasknijper.”

Profiel

  • Naam: Thamy Dhooghe
  • Functie: Stradlerchauffeur
  • Bedrijf: ATS (vroeger bekend als MSC)
  • Leeftijd: 49

Verwezenlijkingen

  • Maakte overstap van kledingverkoopster naar mammoetchauffeur
  • Dwingt respect af bij de mannelijke dokwerkers
  • Parkeert feilloos, zelfs in de kleinste openingen
  • Vervult de cruciale rol van tussenstation in het containertransport

Het zaligste zicht op de haven

“Mijn vrienden zijn altijd onder de indruk als ik vertel dat ik met een mammoet rij. “Oei, zoiets groot, dat is toch gevaarlijk?” Terwijl hij net super gemakkelijk rijdt en vlot draait. In het begin moest ik die hoogte en massa wel wat overwinnen. Op zijn zwaarst ben je met 120 ton onderweg. Nu vind ik het een plezier om te doen. Het zicht is ook prachtig, ik heb elke dag het zaligste zicht op de haven. Zeker ’s avonds als je er een mooie zonsondergang bij krijgt.”

“Mammoeten rijden alleen voor- of achterwaarts. Als we linkse of rechtse bochten zouden nemen, zou de container beginnen bengelen. De cabine is zodanig georiënteerd dat ik de hele dag eigenlijk zijwaarts rij. De moderne machines werken met draaiende stoelen, zodat je die zijwaartse oriëntatie niet hoeft aan te leren, maar ik moet zo geen moderne machine hebben (lacht). Het rijdt best comfortabel en ik heb geen stijve nek, juist over een container rijden vraagt veel concentratie.”

Respect voor de L

“Alles samen duurt de opleiding drie tot vier weken. Eerst in de simulator, daarna op het plein en nadien met een peetvader op de werkvloer. Net als met je rijbewijs moet je daarna een test afleggen met iemand van het scholeke (OCHA,een trainingscentrum voor havenarbeiders). Gaat dat allemaal goed, dan moet je nog zes maanden met een groene lamp rijden. De L voor stradlerchauffeurs zeg maar. Daar wordt niet denigrerend over gedaan, de andere chauffeurs passen met plezier extra op en houden er rekening mee dat je nog maar pas begonnen bent.”

“Het lastigste is inschatten dat je een korte kant en een lange kant hebt. Dat komt doordat je cabine niet in het midden staat. Als ik naar mijn korte kant rij, moet ik tegenovergesteld rijden: als ik naar links wil, draai ik rechts. Zelf heb ik nog nergens tegen gereden, want tot ergernis van mijn mannelijke collega’s rij ik heel voorzichtig. Ik doe liever een container minder. Ik wil wel de havenheld uithangen, maar niet in mijn mammoet (lacht).”

Tetterende mannen

“Snel rijdt zo’n mammoet sowieso niet. Maximum 26 km/uur. Zeker met een zware container haal je maximum 20 km/uur. Per dag krijg ik een lijst van containers die ik moet verplaatsen en wie mij aanstuurt. Daarna meld ik mij aan, zeg mijn machinenummer en dan kan ik beginnen. Dat gaat via een computer waar alles heel duidelijk op komt, ik moet nooit zoeken. Er is geen minimum aantal, maar het is de bedoeling dat je doorwerkt. Je mag eens een appel eten of eens naar het toilet gaan natuurlijk. Voor de duidelijkheid melden we altijd even over de radio waarom we stilstaan.”

“Voor de communicatie en de veiligheid is die radioverbinding belangrijk. Als ik in een stack (een stapel containers, waar een gang in voorzien is voor de stradlers) moet zijn en een ploegmakker van mij zit al in die stack, laten we dat aan elkaar weten, zodat we elkaar niet vast rijden. Het gebeurt dat daar iets niet-werkgerelateerd over gezegd wordt. We werken op het dok hé, daar ga je niet naartoe voor diepzinnige praat. Zo gaat de tijd vooruit. Andere dagen wordt er soms een half uur niets gezegd, als je pech hebt is het non-stop. Het zijn dan wel mannen, die tetteren harder dan vrouwen hoor (lacht).”

Vrouw in een mannenwereld

“Er zijn nog enkele vrouwen die dit doen. Mijn mannelijke collega’s bekijken ons niet vreemd, ze waren gewoon niet content. Je zit in een mannenwereld hé en ik kwam als vrouw hun job afpakken. Daar was in het begin toch wel wat terughoudendheid over. “Wat kunnen we daar tegen zeggen, moeten we ons nu beginnen gedragen?” Na tien jaar is dat allemaal weg. Je moet echt je mannetje staan. Van tijd tot tijd moet ik van mij afbijten, anders lopen ze over je heen. Nu is het andersom (schatert)”.

“Vooraleer ik met de mammoet reed, zat ik in de verkoop. Na 18 jaar was ik dat grondig beu. Ik had geen zin meer in de kledij, de solden… ik wou een mannenjob. Eerst dacht ik met een vrachtwagen te rijden, maar mijn vader, die aan de haven werkte als kuiper, stelde me voor om aan de haven te beginnen. Ondertussen werk ik al tien jaar bij ATS. De eerste acht jaar was ik markeur. Ik checkte containers op eventuele fouten en noteerde wat er op de deuren stond in een computer. Dat was veel buiten rondlopen in de haven. Heel tof, maar na acht jaar had ik dat gezien. Ze zochten toen net chauffeurs, dus dat was het moment om van job te veranderen.”

Deel van een wereldhaven

“Ik weet nog toen ik pas begon en netjes AN sprak. “Ey kinneke, ge staat ier niemeer in a boetiekste hé, ge meugt Antwaarps klappen!” zeiden ze dan. Daar heb ik echt geen problemen mee. In het begin moet je je mannetje staan als vrouw aan de dokken. Als je stilletjes je werk doet en alle schunnige praat negeert, maken ze je verbaal af.”

“Alleszins voel ik mij goed in die mannenwereld. Die is wat ruiger, het moet allemaal niet zo geborsteld zijn zoals in mijn boetiekste. Ik doe mijn job echt doodgraag. Zoals het cliché zegt heb ik van mijn hobby mijn beroep kunnen maken, want in mijn vrije tijd doe ik samen met mijn vader mee aan oldtimerrally’s. Ik werk in een team zonder dat er iemand in je nek staat te hijgen. In de haven heb ik vrijheid die ik op die vierkante meter in de winkel niet had.  Ik ben blij dat ik deel mag uitmaken van de haven van Antwerpen, die toch wereldwijd gekend is.”

Doe mee!

De Antwerpse haven draait al eeuwenlang mee als wereldhaven. Op haar oevers, dijken en omgeving is geschiedenis geschreven. Schepen en bemanningen van allerlei pluimage hebben haar wateren bevaren en daar historische sporen nagelaten. Daarom beschermt de haven haar erfgoed en ontvangt ze recreanten die van haar schatten willen genieten.

In 2000 stootte de graafmachine die het Deurganckdok uitgroef op de grootste en meest tot de verbeelding sprekende vondst: twee wrakken van middeleeuwse koggeschepen. Dankzij havenheldin Lore zal het grote publiek die wondervondst in 2024 met eigen ogen kunnen bewonderen.

Zoals Lore zijn er nog mensen die zich ontfermen over historische stukken havenerfgoed. Ken jij iemand die de rijke geschiedenis van de haven toont aan het publiek? Of ben jij zelf zo iemand? Nomineer jouw havenheld en wij vereeuwigen hem met een eerbetoon!

Start typing and press Enter to search