Wat het parochiehuis is voor gemeenten, is het kerkschip Sint-Jozef voor zij die op of aan het water werken: een trefplaats waar gelijkgezinden zich thuis voelen. Duizenden nautische schenkingen uit de gemeenschap pronken in het museum of sieren de kapel- en tavernemuren. Nochtans was het oorspronkelijke doel van het schip minder vreedzaam. Adolf Hitler liet het in 1942 bouwen als bevoorradingsbunker voor onderzeeërs. Vandaag geeft uitbater Tim Verbist het als erfgoed beschermde schip een socialere functie.

Profiel

  • Naam: Tim Verbist
  • Functie: Uitbater
  • Bedrijf: Kerkschip Sint-Jozef

Verwezenlijkingen

  • Geeft erfgoedschip nieuwe bestemming
  • Baat taverne voor nautische gemeenschap uit
  • Biedt gelovigen een gezellige plaats voor misvieringen aan

“Tijdens de Tweede Wereldoorlog lieten de Duitsers een volledig uit beton vervaardigd schip maken, zodat het landmijnen kon weerstaan. Die bouwstijl is één van de redenen waardoor het beschermd erfgoed. Al is de voornaamste reden daarvoor toch de functie die het vlak na de oorlog kreeg: dit is het enige kerkschip in Vlaanderen.”

“Het schip was nog niet klaar toen Antwerpen bevrijd werd. Het is gemaakt in Rotterdam en is naar Antwerpen gehaald ter afwerking in 1944. Zodra het hier was, was Antwerpen bevrijd. Het heeft haar voorbestemde functie van bevoorradingsschip tijdens de Slag om Engeland nooit vervuld, het heeft zelfs nooit gevaren.”

Cadeau aan schippersgemeenschap

“Het bisdom kreeg de kans om het schip voor een schappelijke prijs over te nemen en ging daarop in als cadeau voor de gelovige schippers. Tijdens de oorlog konden zij niet werken en moesten zij in noodwoningen rond de haven wonen. Daarbij hadden de schippers die van Antwerpen naar Luik of de Rijn vaarden nood aan een trefpunt. In de scheepvaartgemeenschap kent iedereen elkaar, maar tijdens het varen is er weinig contact. Dan is het leuk om aan wal een plaats te hebben waar je altijd kameraden tegenkomt die je begrijpen en waarmee je over de werkweek kan praten.”

“Al het hout waaruit de kapellen, het museum en de taverne aan boord gebouwd zijn, komt uit de noodwoningen die na WO II afgebroken zijn. Schippers hebben ook de gewoonte om een voorwerp of de naam van hun schip mee te nemen als ze op pensioen gaan. Zulke dingen schenken ze aan ons, vandaar dat het hier vol maritieme decorstukken hangt. Dankzij die stukken voelen de mensen zich hier thuis. De scheepvaartgemeenschap heeft er hier echt hún kerkschip van gemaakt. Haar naam Sint-Jozef dankt zij aan de eerste aalmoezenier Jozef Van Den Bussche, die de missen opdroeg.”

“Wekelijks zitten er gemiddeld 70 tot 80 personen in de kerk, veel parochies tekenen daarvoor. Binnen de parochie zijn er gaandeweg verenigingen ontstaan. Zo trekken de Lourdesvrienden elk jaar op bedevaart naar Lourdes, gaan er hier regelmatig hobbyclubs door en ook onze voetbalclub de Scheepsboys en –girls bestaat nog. De Koninklijke Schippersgilde fungeert als overkoepelend orgaan voor die verschillende verenigingen. Volgens mij komt die sociale samenhang er doordat wij een gezellige kerk hebben, heel anders dan in zo’n grote, hoge kerk.”

Geloof als scheepstraditie

“Geloof is in de scheepvaart nog zeer belangrijk. Onderweg hangen opvarenden af van elementen die ze niet onder controle hebben en ergens willen ze dan toch op een goed blaadje staan bij ‘die van boven.’ Daarom worden nieuwe schepen gedoopt. De fles champagne die tegen de romp gaat, is de volkszegening. Maar onze priester slaat er daarna ook een kruis over met wijwater en spreekt een zegen uit.”

“Wie wil, kan op audiëntie bij onze priester en ik weet dat hij een drukbezocht man is. Terwijl je overal leest dat de katholieke gemeenschap uitsterft, heeft onze priester de handen vol. Voor hem is het aangenaam om te merken dat hij nodig is, dat houdt hem gemotiveerd. Wat mij opvalt is hoeveel kinderen hier gedoopt worden. Dat is een trouwe traditie, al kan de populariteit ook met de doopvont in de vorm van een schip te maken hebben (lacht). Kinderen groeien automatisch door in de gemeenschap. Daarvoor is het museum ideaal natuurlijk, de ouders kunnen aan de hand van de voorwerpen de kennis en gewoontes overdragen.”

“Doordat het hier zo’n belangrijk trefpunt is geworden, leek het mijn vrouw en mij een goed idee om hier een taverne te openen. Een horecazaak uitbaten op een schip dat ook een kerk, museum, parochiehuis en ook nog eens beschermd erfgoed is; dat is toch net wat specialer dan een pand in de stad. We trekken naast schippers een divers publiek aan: dokwerkers, mensen die voeling met de haven hebben, mensen van de Cadixwijk en net zo goed bezoekers die een dagje uit zijn en iets komen eten of drinken.”

Verenigd rond het water

“Mensen met een hart voor het water eten graag vis. Tongrolletjes, vispannetjes…als het in het water gezeten heeft, vinden ze het lekker. Voor schippers mogen dat stevige porties zijn, want de buitenlucht en de wateromgeving wekken honger op. Ik zeg altijd: je moet de mensen geven wat je zelf graag zou hebben. Daar werken we hier naar en de klanten zijn daar heel tevreden over.”

“Mijn echtgenote en ik hebben veel ervaring. Ik ben al 19 jaar zelfstandige in de horeca en we hebben allebei een kok- en horecadiploma. Dat we die achtergrond ten dienste kunnen stellen van zo’n hecht en dankbaar publiek, dat is echt fijn werken. Iedereen respecteert elkaar, maar je ziet de mensen die hetzelfde jargon spreken wel altijd samenhokken. Uiteindelijk hebben ze allemaal op één of andere manier hun hart verloren aan het water. Dat is wat hen verenigt. Tussen pot en pint verstaat iedereen elkaar.

“Het horecagedeelte komt ook het museum ten goede. Er is altijd iemand naar de voorwerpen, miniatuurschepen of oude foto’s en documenten aan het turen. Schippers zijn heel fiere mensen en als ze hun verwezenlijkingen hier kunnen tentoonstellen, betekent dat veel voor hen. Eender wat ons geschonken wordt, geven we een plaats. Zowel erfstukken van 150 jaar oud als artistieke creaties die schippers tussen de huishoudelijke taken aan boord maken. Ze schenken dat liever aan ons dan bijvoorbeeld aan het MAS. Zo blijft het in de eigen gemeenschap.”

Doe mee!

De Antwerpse haven draait al eeuwenlang mee als wereldhaven. Op haar oevers, dijken en omgeving is geschiedenis geschreven. Schepen en bemanningen van allerlei pluimage hebben haar wateren bevaren en daar historische sporen nagelaten. Daarom beschermt de haven haar erfgoed en ontvangt ze recreanten die van haar schatten willen genieten.

Rond dat erfgoed creëren havenhelden als Tim heel wat beleving. Op die manier krijgen de monumenten een tweede leven en blijven de herinneringen aan vroeger aanwezig in de maatschappij en het collectief geheugen. Bovendien dragen ze bij tot een sociale samenhang tussen de streek en zij die er werken.

Zoals Tim zijn er nog mensen die het erfgoed van de haven recreatief benutten. Ken jij iemand met een opvallende maritieme collectie? Of ben jij zelf zo iemand? Nomineer jouw havenheld en wij vereeuwigen hem of haar met een eerbetoon!

Start typing and press Enter to search