Elk jaar slorpen baggerschepen tot 29 miljoen kubieke meter modder en zand van de snelweg van de scheepvaart. Een cruciaal moddergevecht dat de levensader van de economie vrijwaart van verkeershinder. Een historische haven als die van Antwerpen maakt de uitdaging van celhoofd Maritieme Werken Yi-Bin Shan nog groter. Waar de opgebaggerde specie elders op een strategische plek terugkeert in de natuur, vereist de Antwerpse onderwatergrond eerst een zuiveringskuur. Gelukkig heeft de gepassioneerde dame een zesde zintuig dat de mobiliteit op gang houdt.

Profiel

  • Naam: Yi-Bin Shan
  • Functie: Celhoofd Maritieme Werken
  • Bedrijf: Departement Mobiliteit en Openbare Werken, afdeling Maritieme Toegang

Verwezenlijkingen

  • Baggert vaarwegen zo efficiënt en economisch mogelijk
  • Reinigt water en bodem met unieke zuiveringsinstallatie
  • Voelt aan waar er drempels aan het ontstaan zijn

“Als kind speelde ik graag buiten in de modder en nu doe ik eigenlijk hetzelfde (lacht). Met mijn ouders, broers en zussen zijn we van Taiwan naar België verhuisd toen ik 12 jaar was. Na het middelbaar heb ik een opleiding burgerlijk ingenieur bouwkunde gevolgd. Toen ik nog in mijn laatste jaar zat, contacteerde een baggerfirma mij al en daar ben ik meteen op ingegaan. Toen ik een gezin stichtte, kon ik niet meer zo flexibel werken en begon bij de Vlaamse overheid. Omdat baggeren helemaal mijn ding is, ben ik blij dat ik er ook daar nog steeds mee bezig kan zijn.”

“De afdeling Maritieme Toegang zorgt ervoor dat de snelweg van de zeescheepvaart bevaarbaar blijft. Ons werkgebied begint aan de Franse grens en volgt de Noordzee naar de vier zeehavens. Op de Schelde en Westerschelde zijn we actief tot aan de zeesluis van Wintam. Tot aan het Deurganckdok doen wij ons best om een diepgang van 14,5 meter LAT op peil te houden. De zee en rivier bewegen continu en ons ambtsgebied beslaat zo’n 160 km. Daarom baggeren wij voornamelijk op wat wij ‘drempels en plaatranden‘ noemen: pijnpunten waarvan we weten dat er zich veel slib of zand opstapelt.”

Zesde zintuig

“Door ervaring en terreinkennis heb ik een soort zesde zintuig ontwikkeld dat de rivier en de natuur aanvoelt. Dat helpt om op basis van de metingen die we van collega’s doorkrijgen te bepalen naar welk gebied we een baggerschip moeten sturen, want alles ligt onder water, je kan dat niet zien. Daarom is baggeren echt een passie van mij. Ik vind het enorm boeiend om ervoor te zorgen dat we dat zo efficiënt en goedkoop mogelijk kunnen.”

“Alles wat we opbaggeren noemen we specie. Dat kan zand, slib, klei of afval zijn. Slib is datgene waarvan de korrels zo fijn zijn, dat ze niet direct bezinken, maar zweven. Hele fijne klei eigenlijk. Zwaardere materie is zandrijker. Specie ontstaat doordat de Schelde vanaf haar oorsprong in Frankrijk alles wat in het water ligt meeneemt. Op die natuurlijke drempels blijft dat liggen en zo ontstaan ondieptes. Onze schepen zijn simpel gezegd grote stofzuigers, die de ondieptes komen wegzuigen. Dat doen ze al varend, zodat ze de trafiek niet ophouden. Als ze volgezogen zijn, varen ze naar de dichtstbijzijnde plaats waar ze hun baggerspecie kwijt mogen.”

“Aan zee baggeren we zo’n 10 tot 12 miljoen kubieke meter per jaar. Die specie geven we terug aan de zee, op plaatsen waar dat geen hinder veroorzaakt. In de Westerschelde baggeren we een gelijkaardige hoeveelheid op, maar daar bestaat de specie vooral uit zand. In Nederland liggen zogeheten klepzones, plaatsen waar we die zandrijke specie kunnen lozen in de rivier. De vijf miljoen kubieke meter die we in Vlaanderen opbaggeren, zetten we uit in vergunde zones in de rivier.”

Vuile erfenis

“Achter de sluizen op rechteroever baggeren we slibrijke specie op die te sterk vervuild is om rechtstreeks weer uit te zetten. 100 jaar geleden kieperde iedereen alles in het water, men was zich van geen kwaad bewust. Die erfenis van onze voorvaders zijn we aan het herstellen, door stelselmatig zuiver water en specie terug te geven aan de natuur. Dat is een lang en duur werk, maar er is geen andere manier in Vlaanderen.”

“Voor dat herstel sturen we het vervuilde slib naar onze verwerkingssite ‘Amoras’. Zover ik weet bestaat er nergens ter wereld een gelijkaardige installatie van die omvang. Eerst blazen we de specie door de ontzandingsinstallatie, die werkt als een soort heel fijne zeef. Dat zand gebruiken we nadien voor allerlei werken. Vervolgens passeert het door de buizen langs de A12 naar vier bassins. Elk van die bassins heeft een bepaalde vervuilingsgraad en daar laten we het slib bezinken.”

Wijntechnologie

“Pas dan kunnen we het opzuigen en naar de membraanpersen blazen. Het idee voor die persen kwam uit de wijnindustrie: het membraan drukt het slib samen tot een ‘koek’. Al het water dat eruit loopt, vangen we op en sturen we naar het waterzuiveringstation. Daar doorloopt het water een lang zuiveringstraject alvorens we het lozen in de kanaaldokken.”

“De ‘koeken’ gaan via een transportband naar een opbergplaats op onze site. Samen met de universiteiten onderzoeken we wat we met die koeken kunnen doen. Technisch kan je het gebruiken in bakstenen, dijken, wegfunderingen of een cementvervanger, maar dat moet economisch zinvol zijn. Je kan van steenkool diamant maken, maar niemand doet dat omdat dat meer kost dan dat het opbrengt. Zo denken wij ook. Eind dit jaar verwachten we een eerste rapport van een studie.”

Kettingen, ankers en…vinvissen

“Naast specie halen wij ook andere obstakels uit de vaargeulen. Het gekste waar ze ons ooit voor opgeroepen hebben is een vinvis! Verder zijn dat voornamelijk ankers en kettingen of die keer dat er een schip gezonken was middenin de Royerssluis. Fietsen of autowrakken zakken gewoonlijk diep genoeg door. Er liggen ook overal scheepswrakken in de Schelde. Zolang een obstakel niet in de weg ligt, blijven we eraf.”

“Elke ingreep moet ik enorm beredeneren en dat vind ik zo uitdagend. Als je een brug bouwt, zie je uiteindelijk de brug staan, maar bij baggeren pluk je de vruchten van je werk pas jaren later. In de baggerwereld moet je de passie hebben om alles zo efficiënt, milieuvriendelijk en zuinig mogelijk te doen, anders ben je er na vijf jaar op uitgekeken. Ondertussen werk ik iets meer dan 20 jaar in de bagger. Nu doe ik veelal management en sta ik minder aan boord, maar in mijn vrije tijd ga ik dikwijls mee aan boord om mijn waardering voor de noeste werkers op het terrein te tonen.”

Doe mee!

Vrachtwagens, bussen, auto’s… op de wegen in en rond de haven van Antwerpen rijden de voertuigen voortdurend af en aan. Om een verkeersknoop in het hart van de economische welvaart te vermijden, introduceert Ontwikkeling Havengebied Antwerpen vele duurzame mobiliteitsoplossingen voor een vlottere bereikbaarheid.

Typisch aan de haven is dat zij met de scheepvaart een efficiënte extra optie heeft om veel vracht in één keer te verplaatsen. Alerte havenhelden als Yi-Bin houden de vaarroutes non-stop vrij door de vaargeulen preventief uit te baggeren en obstakels van de snelweg van de scheepvaart te verwijderen.

Zoals Yi-Bin zijn er nog meer mensen die zorgen dat we andere mobiele mogelijkheden kunnen aanwenden. Ken jij iemand die daar mee over nadenkt? Of iemand die zich slim verplaatst? Nomineer jouw havenheld en wij mobiliseren een welverdiend eerbetoon!

Start typing and press Enter to search